Deelwaarneming - Klinische periode verdeeld over meerdere subtrajecten binnen 1 specialisme (niet automatiseerbare afsluitregels) (N0687-HR2018): verschil tussen versies
Geen bewerkingssamenvatting |
Geen bewerkingssamenvatting |
||
| Regel 4: | Regel 4: | ||
===== Link naar Handreiking MSZ ===== | ===== Link naar Handreiking MSZ ===== | ||
[[Handreiking_Rechtmatigheidscontroles_2018_MSZ|Handreiking Rechtmatigheidscontroles 2018 MSZ]] - [[Handreiking_Rechtmatigheidscontroles_2018_MSZ# | [[Handreiking_Rechtmatigheidscontroles_2018_MSZ|Handreiking Rechtmatigheidscontroles 2018 MSZ]] - [[Handreiking_Rechtmatigheidscontroles_2018_MSZ#page37|Controlepunt 5.4]] | ||
===== Behoort tot Normenkader ValueCare ===== | ===== Behoort tot Normenkader ValueCare ===== | ||
Huidige versie van 11 mrt 2019 16:31
Referentienummer: N0687-HR2018
Link naar Handreiking MSZ
Handreiking Rechtmatigheidscontroles 2018 MSZ - Controlepunt 5.4
Behoort tot Normenkader ValueCare
Ziekenhuizen Handreiking
Samenvatting
Er mag maximaal één klinische opname per patiënt per klinisch verblijf in het ziekenhuis geregistreerd worden. Het verdelen van verpleegdagen mag niet in verband met het risico dat er meerdere klinische trajecten worden gedeclareerd.
Regelgeving / beleid
Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, kunnen de opvolgende verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar.
Wanneer eenzelfde zorgvraag of verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering serieel of parallel voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject, wordt geen nieuw zorgtraject geopend. De geleverde zorg voor aandoeningen met dezelfde diagnosetypering valt binnen het lopende zorgtraject.
Voor het poortspecialisme Cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme Cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor Cardiologie wordt geopend.
Cardiologie (1.0320.3) Voor het specialisme Cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:
Bij opname in de kliniek of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:
- Op datum van ontslag uit de kliniek, dagverpleging of langdurige observatie behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
- Wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit);
- Op de dag voorafgaand aan het herimplanteren van (een deel van) een transveneuze lead na een complexe transveneuze leadextractie.
2018: NR/REG-1816, Artikel 5a.3-4 (en toelichting 5a),6.3 en 19.7a
Wijzigingen ten opzichte van voorgaand jaar
Er zijn geen wijzigingen aan deze norm ten opzichte van vorig Handreiking jaar.
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Voor het bepalen of een afsluitregel wel of niet automatiseerbaar is, wordt gekeken naar het Registratieaddendum. Gedeeltelijk automatiseerbaar of semi-automatiseerbaar worden behandeld als niet-automatiseerbaar.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Deelwaarneming - Klinische periode verdeeld over meerdere subtrajecten binnen 1 specialisme (niet automatiseerbare afsluitregels) (N0687-HR2018)” als aan de volgende selectie is voldaan:
Berekening financiële impact
Zie Berekening financiële impact - Impact bij verdelen van verpleegdagen