Subtraject van in tempibehandelingen te vroeg afgesloten (N0096): verschil tussen versies
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
Geen bewerkingssamenvatting |
Geen bewerkingssamenvatting |
||
| Regel 182: | Regel 182: | ||
voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde behandeling plaatsvindt (dus op het in artikel 10.2.t genoemde moment). Zie voor kindergeneeskunde ook de overige uitzonderingen in dit artikellid. | voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde behandeling plaatsvindt (dus op het in artikel 10.2.t genoemde moment). Zie voor kindergeneeskunde ook de overige uitzonderingen in dit artikellid. | ||
2014: NR/CU-257 art.10.2t | 2014: [[NR/CU-257|NR/CU-257]] art.10.2t | ||
2013: NR/CU-228 art 8.2s | 2013: [[NR/CU-228|NR/CU-228]] art 8.2s | ||
|} | |} | ||
| Regel 197: | Regel 197: | ||
Voor stamceltransplantatie (bij ontvanger) wordt een zorg/sub traject geopend (zo nodig parallel) aan het medicinale (cytostatica) behandeltraject). De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden: | Voor stamceltransplantatie (bij ontvanger) wordt een zorg/sub traject geopend (zo nodig parallel) aan het medicinale (cytostatica) behandeltraject). De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden: | ||
- Fase 1: selectie/afname | - Fase 1: selectie/afname | ||
- Fase 2: transplantatie | - Fase 2: transplantatie | ||
- Fase 3: nazorg (posttransplantatie) | - Fase 3: nazorg (posttransplantatie) | ||
| Regel 211: | Regel 211: | ||
Voor de begeleiding van ontvangers rond orgaan transplantaties wordt door de specialismen cardiologie, inwendige geneeskunde, longgeneeskunde, MDL en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend. Hierbij worden drie fasen van behandeling onderscheiden: | Voor de begeleiding van ontvangers rond orgaan transplantaties wordt door de specialismen cardiologie, inwendige geneeskunde, longgeneeskunde, MDL en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend. Hierbij worden drie fasen van behandeling onderscheiden: | ||
– Fase 1: pretransplantatie fase/screening ontvangers; | – Fase 1: pretransplantatie fase/screening ontvangers; | ||
– Fase 2: transplantatiefase ontvangers; | – Fase 2: transplantatiefase ontvangers; | ||
– Fase 3: posttransplantatie fase/nazorg ontvangers. | – Fase 3: posttransplantatie fase/nazorg ontvangers. | ||
| Regel 221: | Regel 221: | ||
MDL en kindergeneeskunde een eigen (eventueel) parallel) zorg/subtraject geopend. Hierbij worden drie fasen van behandeling onderscheiden: | MDL en kindergeneeskunde een eigen (eventueel) parallel) zorg/subtraject geopend. Hierbij worden drie fasen van behandeling onderscheiden: | ||
– Fase 1: pretransplantatie fase/screening donoren; | – Fase 1: pretransplantatie fase/screening donoren; | ||
– Fase 2: transplantatiefase donoren; | – Fase 2: transplantatiefase donoren; | ||
– Fase 3: posttransplantatie fase/nazorg donoren Na iedere fase van de behandeling die wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw starten van fase 1, wordt het voorafgaande transplantatie begeleidings subtraject afgesloten op het bij artikel 10.2.q genoemde moment. | – Fase 3: posttransplantatie fase/nazorg donoren Na iedere fase van de behandeling die wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw starten van fase 1, wordt het voorafgaande transplantatie begeleidings subtraject afgesloten op het bij artikel 10.2.q genoemde moment. | ||
| Regel 279: | Regel 279: | ||
Bij behandeling middels plasmafiltratie en LDL aferese wordt per drie behandelingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde behandeling eerder plaatsvindt dan het in artikel 10.1 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde behandeling plaatsvindt (dus op het in artikel 10.2.q genoemde moment). Zie voor kindergeneeskunde ook de overige uitzonderingen in dit artikellid. | Bij behandeling middels plasmafiltratie en LDL aferese wordt per drie behandelingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde behandeling eerder plaatsvindt dan het in artikel 10.1 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde behandeling plaatsvindt (dus op het in artikel 10.2.q genoemde moment). Zie voor kindergeneeskunde ook de overige uitzonderingen in dit artikellid. | ||
2015: NR/CU-260 art 10.2q | 2015: [[NR/CU-260|NR/CU-260]] art 10.2q | ||
|} | |} | ||