Delier tijdens opname: verschil tussen versies
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
| Regel 50: | Regel 50: | ||
# Op dit moment staat het percentage waarbij ValueCare Delier aantoonbaar juist vaststelt op 93%. Dit is hoger dan veel bestaande methodes waarbij ziekenhuizen handmatig dossiers lichten en beoordelen. Bovendien biedt ValueCare aanvullende ondersteuning door twijfelgevallen door middel van een actielijst ter beoordeling voor te leggen. | # Op dit moment staat het percentage waarbij ValueCare Delier aantoonbaar juist vaststelt op 93%. Dit is hoger dan veel bestaande methodes waarbij ziekenhuizen handmatig dossiers lichten en beoordelen. Bovendien biedt ValueCare aanvullende ondersteuning door twijfelgevallen door middel van een actielijst ter beoordeling voor te leggen. | ||
# ValueCare maakt middels [https://nl.wikipedia.org/wiki/Textmining textmining] geen onderscheid tussen de verschillende motorsubtypes van delier. | # ValueCare maakt middels [https://nl.wikipedia.org/wiki/Textmining textmining] geen onderscheid tussen de verschillende motorsubtypes van delier. | ||
=====Normstelling===== | |||
ValueCare berekent per DBC diagnose het betreffende stuurpunt uit in de [https://www.normenkaderzorg.nlhttps//www.normenkaderzorg.nl/index.php%3Ftitle=Externe_benchmark benchmark]. Het ziekenhuis kan zich enkel met het eigen type ziekenhuis vergelijken (Academisch, algemeen of topklinisch). Omdat ValueCare de berekening van de benchmarknorm op basis van DBC-diagnose maakt, is er gecorrigeerd voor verschil in casemix tussen de eigen realisatie en de benchmark. | |||
===== Sturing ===== | ===== Sturing ===== | ||
Het monitoren van het percentage delier tijdens opname in de tijd geeft houvast bij het meten van effecten van interventies. Als er een interventie plaatsvindt (door bijvoorbeeld [https://www.nature.com/articles/s41572-020-00223-4.pdf#page14 preventief screenen] op delier vaker toe te passen op een afdeling), maakt de indicator zichtbaar of deze interventie tot verbetering heeft geleid. | Het monitoren van het percentage delier tijdens opname in de tijd geeft houvast bij het meten van effecten van interventies. Als er een interventie plaatsvindt (door bijvoorbeeld [https://www.nature.com/articles/s41572-020-00223-4.pdf#page14 preventief screenen] op delier vaker toe te passen op een afdeling), maakt de indicator zichtbaar of deze interventie tot verbetering heeft geleid. | ||