Subtrajecten – Openen eigen operatieve subtraject (N4115): verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rvilsteren (overleg | bijdragen)
Regel 143: Regel 143:
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:


#Voor de selectie op operatieve zorgactiviteiten wordt gekeken naar ZPK5. Middels een klantspecifiek parameter is het mogelijk om deze selectie uit te breiden met andere ZPK's.
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om zorgactiviteiten uit andere zorgprofielklassen te signaleren op deze norm. Standaard wordt er alleen naar zorgactiviteiten uit zorgprofielklasse 5 gekeken. Daarnaast zijn er al een aantal soortgelijke normen die specifieke naar zorgactiviteiten uit andere zorgprofielklassen kijken zoals de N2117 (ZPK1), N4012 (SEH consulten 190015 en 190016) en de N4765 (ZPK 2 en 3).  
#Binnen deze norm kan het ziekenhuis middels een parameter instellen of zwevende operatieve zorgactiviteiten die zacht te koppelen zijn aan het subtraject van de aanvrager ook meegenomen worden, deze consulten worden in principe ook op de controle rond zwevende verrichtingen getoond. 
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om extra CTG codes toe te voegen om mee te nemen binnen de controle. Standaard worden alleen CTG codes binnen ZPK 5 meegenomen (zie interpretatie 1).  
#Per ziekenhuis wordt ingericht hoe een zorgactiviteit uitgevoerd door een poortspecialist in de ondersteunende rol als dusdanig kunnen worden herkend. Deze zorgactiviteit worden middels het subtraject van het aanvragend specialisme gefactureerd. 
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen zacht gekoppelde zorgactiviteiten uitgesloten worden van signaleringen, waardoor je alleen hard gekoppelde zorgactiviteiten signaleert. Standaard wordt er ook naar zacht te koppelen zorgactiviteiten gekeken.
#Binnen de norm wordt rekening gehouden met ondersteunende subtrajecten, waarbij de verrichtingen in het hoofdsubtraject meegaan voor facturatie.
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om Q-trajecten (voorkomend binnen HiX) mee te nemen binnen deze controle. Default worden Q-DBC's uitgesloten binnen deze controle.
#Middels een klantspecifieke parameter is het mogelijk om extra specialisme (ondersteunend) toe te voegen aan de selectie.
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde CTG codes uit te sluiten van signalering. Standaard worden alleen CTG codes binnen ZPK 5 meegenomen voor signalering.  
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om Q-trajecten (voorkomend binnen HiX) te includeren. Default worden deze uitgesloten.
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde combinaties van specialismen uit te sluiten van signalering. Bijvoorbeeld subtraject van Chirurgie i.c.m. een operatieve zorgactiviteit uitgevoerd door Orthopedie. Default worden geen combinaties van specialismen uitgesloten.
#Middels twee ziekenhuisspecifieke parameter kunnen zorgactiviteiten bij bepaalde ondersteunende specialismen meegenomen worden. Hiervoor moet dan de parameter voor het instellen van een extra AGB ingevuld worden met een ondersteunend specialisme en de parameter voor het instellen van een extra CTG code bij een bepaald specialisme. Standaard wordt er alleen naar poortspecialismen i.c.m. ZPK 5 gekeken bij deze controle (zie interpretatie 1).
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde combinaties van ondersteunende en poortspecialismen uit te sluiten van signalering. Dit is alleen relevant wanneer de parameter(s) uit interpretatie 7 ingesteld zijn. Default worden geen combinaties van specialismen uitgesloten.


===== Programmeerbare norm =====
===== Programmeerbare norm =====