Registratie voldoet aan eisen van een niet-oncologische verstrekkings- of begeleidingscode op basis van medicatie opdracht en toediening (N4906): verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rtanis (overleg | bijdragen)
Rtanis (overleg | bijdragen)
 
(2 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 13: Regel 13:
===== Regelgeving / beleid =====
===== Regelgeving / beleid =====


Tekst Regelgeving / Beleid
{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em"
|-
! 2025
|-
|''Algemene registratiebepalingen''
 
Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.
 
De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.
 
Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.
 
2025: [[Regeling medisch-specialistische zorg 2025#page14|Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 4 lid 1 t/m 3]]
 
 
''Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren''
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.
 
Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
 
Bij een geregistreerd geneesmiddel:
 
De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.
 
Of
Bij een apotheekbereiding:
 
Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.
 
Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.
 
Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.
 
2025: [https://puc.overheid.nl/doc/PUC%20781461%2022/1/ Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg 2025 art. 10]
 
 
''Artikel 19 lid 17m. Gynaecologie (2.0307.1)''
 
De subtrajecten bij diagnose F21 'gespecialiseerde technieken' voor stimulatie respectievelijk de IUI/IVF/ICSI-technieken en ovulatie-inductie met gonadotrofines worden per cyclus geopend en gesloten. Indien de behandeling in meer ziekenhuizen (transport-IVF/ICSI) plaatsvindt opent ieder ziekenhuis de (deel)behandeling die daar wordt uitgevoerd. Het subtraject wordt gesloten op de 42e dag na de start van de behandelcyclus, tenzij binnen 42 dagen een nieuwe behandelcyclus start. Het subtraject wordt dan op de uitvoerdatum van de laatste zorgactiviteit van de eerdere behandelcyclus gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
 
''Artikel 19 lid 17r. Immuun effectorcel therapie (2.0000.10)''
 
De volgende fasen worden bij immuun effectorcel therapie onderscheiden:
 
Fase 1: screening Fase 2: aferese Fase 3: infusie cellen, inclusief conditionering Fase 4: nazorg (post-infusie) Een subtraject voor fase 1, fase 2, fase 3 of fase 4 wordt afgesloten op de 120e dag na opening van het subtraject. Als uitzondering hierop geldt: Wanneer eerder een volgende fase aanbreekt sluit het subtraject op de dag voor de start van de volgende fase; Wanneer bij patiënten zonder SKION-stratificatie een (medicinale) oncologische behandeling ter overbrugging start sluit het subtraject op de dag voor de start van het overbruggingstraject (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191018 Start overbruggende behandeling t.b.v. immuun effectorcel therapie); Wanneer immuun effectorcel therapie voortijdig eindigt sluit het subtraject op de dag van het beëindigen van de therapie (op uitvoerdatum zorgactiviteit 191017 Voortijdige beëindiging immuun effectorcel therapie). Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van fase 2 (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191013 Aferese t.b.v. immuun effectorcel therapie). Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van fase 3 (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191016 Start conditionering voor immuun effectorcel therapie).
 
2025: [[Regeling medisch-specialistische zorg 2025#page27|Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 19 lid 17m en 17r]]
|}


===== Interpretaties =====
===== Interpretaties =====
Regel 92: Regel 143:
{| style="line-height: 21px; width: 597px" cellspacing="10" cellpadding="0" border="0" align="center"
{| style="line-height: 21px; width: 597px" cellspacing="10" cellpadding="0" border="0" align="center"
|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |  
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">1) Tekst eerste blok</span>
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">1) Alle niet-dure geneesmiddelen opgenomen in de medicatiedefinitie uit interpretatiepunt 2</span>


|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle" | {{BlauwePijl}}<br/>
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle" | {{BlauwePijl}}<br/>
|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |  
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">2) Tekst tweede blok</span>
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">2) Het geneesmiddel voldoet aan de voorwaarden onder interpretatiepunt 3</span>


|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle" | {{BlauwePijl}}<br/>
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle" | {{BlauwePijl}}<br/>
|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |  
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">3) Tekst derde blok</span>
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">3) Er is geen verstrekkingscode aanwezig binnen het interval benoemd in interpretatiepunt 3</span>


|}
|}
Regel 114: Regel 165:


===== Berekening financiële impact =====
===== Berekening financiële impact =====
<p style="text-align: center">{{VALUECARE}}</p>
De financiële impact wordt bepaald door de gemiste verstrekkingscode toe te voegen aan de te grouperen zorgactiviteiten behorend bij het subtraject. De financiële impact is het verschil in waarde van het subtraject vóór en ná het toevoegen van de gemiste verstrekkingscode. Dit geldt voor alle bovenstaande DGM groepen, met uitzondering van intravitreale injecties en botox bij kaakchirurgie. Bij intravitreale injecties wordt de waarde van een nieuw subtraject gebruikt waarin dezelfde diagnose en de gemiste verstrekkingscode 039810 worden toegevoegd. Voor botox bij kaakchirurgie wordt de waarde van een OZP 239064 gebruikt.<p style="text-align: center">{{VALUECARE}}</p>