Client nadert 365 dagen verblijf in DBC (N2210): verschil tussen versies
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
| (4 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven) | |||
| Regel 42: | Regel 42: | ||
Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 365 dagen. | Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 365 dagen. | ||
''(Bron: [[NR/REG- | ''(Bron: [[NR/REG-1803a|NR/REG-1803a]], p. 14,36)'' | ||
|} | |} | ||
{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em" | {| class="mw-collapsible mw-collapsed wikitable" style="width:90em" | ||
|- | |- | ||
! 2019 | ! 2019 | ||
| Regel 53: | Regel 53: | ||
Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 365 dagen. | Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 365 dagen. | ||
''(Bron: [[NR/REG- | ''(Bron: [[NR/REG-1927|NR/REG-1927]], p. 14)'' | ||
|} | |} | ||
| Regel 64: | Regel 64: | ||
Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 365 dagen. | Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 365 dagen. | ||
''(Bron: [[NR/REG- | ''(Bron: [[NR/REG-2021b|NR/REG-2021b]], p. 13)'' | ||
|} | |||
{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em" | |||
|- | |||
! 2021 | |||
|- | |||
| De registratie van de prestaties en toeslagen start wanneer de patiënt langer dan 365 aaneengesloten dagen behandeling inclusief verblijf heeft ontvangen. Voor patiënten met behandeling en verblijf wordt vanaf dag 366 een ZZP GGZ geregistreerd in plaats van een DBC. | |||
Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 365 dagen. | |||
''(Bron: [[NR/REG-2113a|NR/REG-2113a]], p. 13)'' | |||
|} | |} | ||