Legitimatie - Client zonder geldige zorglegitimatie (R45000): verschil tussen versies

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rvilsteren (overleg | bijdragen)
Geen bewerkingssamenvatting
Lveen (overleg | bijdragen)
 
(45 tussenliggende versies door 7 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
<p style="text-align: center">{{VALUECARE}}</p>
<p style="text-align: center">{{VALUECARE}}</p>
===== Referentienummer: [[R45000|R45000]] =====
===== Referentienummer: [[R45000]] =====


===== Behoort tot Normenkader ValueCare =====
===== Behoort tot Normenkader ValueCare =====
GHZ-VVT Rechtmatigheid


[[VVT/GHZ|Gehandicaptenzorg en Verpleging, Verzorging en Thuiszorg]] - [[VVT/GHZ#Indicatie|Indicatie]]
# [[GHZ-VVT Rechtmatigheid]] - [[GHZ-VVT Rechtmatigheid#Zorglevering|Zorglegitimatie]]
 
GHZ-VVT Productieverantwoording
 
# [[GHZ-VVT Productieverantwoording]] - [[GHZ-VVT Productieverantwoording#Zorglegitimatie|Zorglegitimatie]]


===== Samenvatting =====
===== Samenvatting =====
Om in aanmerking te komen voor zorg is een geldige indicatie nodig. Deze controle toont cliënten in zorg die geen geldige indicatie hebben.  
 
Om in aanmerking te komen voor zorg is een geldige zorglegitimatie nodig. Deze controle toont cliënten in zorg die geen geldige zorglegitimatie hebben.
 
===== Risico =====
Legitimatie voor zorg ontbreekt of is niet door bevoegd persoon/instantie afgegeven (indicatie of verwijzing).


===== Regelgeving / beleid =====
===== Regelgeving / beleid =====


{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em"
{| class="mw-collapsible mw-collapsed wikitable" style="width:90em"
|-
|-
! 2020
! 2020
|-
|-
| '''Wet Langdurige Zorg'''
| ''Wet Langdurige Zorg''
Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg.
Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg.


2020: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=1&paragraaf=1&artikel=1.1.1&z=2020-03-19&g=2020-03-19 WLZ, art. 1.1.1]
2020: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=1&paragraaf=1&artikel=1.1.1&z=2020-03-19&g=2020-03-19 WLZ, art. 1.1.1]<br />Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.
 
<br/>Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.


2020: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=3.2.3&z=2020-03-19&g=2020-03-19 WLZ art. 3.2.3 lid 1]
2020: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=3.2.3&z=2020-03-19&g=2020-03-19 WLZ art. 3.2.3 lid 1]


<br/>'''Wet maatschappelijke ondersteuning'''
<br/>''Wet maatschappelijke ondersteuning''


Het college beslist op een aanvraag<br/>a. Van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie.<br/>b. Van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.
Het college beslist op een aanvraag<br/>a. Van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie.<br/>b. Van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.
Regel 32: Regel 39:
2020: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035362&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=2.3.5&z=2020-07-01&g=2020-07-01 WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2]
2020: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035362&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=2.3.5&z=2020-07-01&g=2020-07-01 WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2]


<br/>'''Jeugdwet'''
<br/>''Jeugdwet''


Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:<br/>a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;<br/>b. indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of<br/>c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.
Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:<br/>a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;<br/>b. indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of<br/>c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.
Regel 41: Regel 48:


2020: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2020-07-01&g=2020-07-01 Jeugdwet, art. 1.2]
2020: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2020-07-01&g=2020-07-01 Jeugdwet, art. 1.2]
<br/>Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:<br/>Jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
2020: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2020-07-01&g=2020-07-01 Jeugdwet, art. 2.6 lid 1]
<br/>''Zorgverzekeringswet''
''Wijkverpleging''
De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.
De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.
2020: [https://www.zorginstituutnederland.nl/binaries/zinl/documenten/standpunten/2019/03/28/verpleegkundige-indicatiestelling-een-nadere-duiding/Verpleegkundige+indicatiestelling+-+een+nadere+duiding.pdf Zorginsituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7]
''Eerstelijnsverblijf''
Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.
2020: [https://www.informatielangdurigezorg.nl/onderwerpen/o/opvang-en-tijdelijk-verblijf/tijdelijk-verblijf-in-zorginstelling Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling]
|}
{| class="mw-collapsible mw-collapsed wikitable" style="width:90em"
|-
! 2021
|-
| ''Wet Langdurige Zorg''
Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg.
2021: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=1&paragraaf=1&artikel=1.1.1&z=2021-01-01&g=2021-01-01 WLZ, art. 1.1.1]
Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.
2021: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=3.2.3&z=2021-01-01&g=2021-01-01 WLZ art. 3.2.3 lid 1]
<br/>''Wet maatschappelijke ondersteuning''
Het college beslist op een aanvraag:<br/>a. Van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie.<br/>b. Van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.
Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
2021: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035362&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=2.3.5&z=2020-07-01&g=2020-07-01 WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2]
<br/>''Jeugdwet''
Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:<br/>a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;<br/>b. indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of<br/>c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.
Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.
In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.
2021: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2020-07-01&g=2020-07-01 Jeugdwet, art. 1.2]
<br/>Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:<br/>Jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
2021: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2020-07-01&g=2020-07-01 Jeugdwet, art. 2.6 lid 1]
<br/>''Zorgverzekeringswet''
''Wijkverpleging''
De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.
De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.
2021: [https://www.zorginstituutnederland.nl/binaries/zinl/documenten/standpunten/2019/03/28/verpleegkundige-indicatiestelling-een-nadere-duiding/Verpleegkundige+indicatiestelling+-+een+nadere+duiding.pdf Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7]
''Eerstelijnsverblijf''
Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.
2021: [https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/revalidatie/tijdelijk-verblijf Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling]
|}
{| class="mw-collapsible mw-collapsed wikitable" style="width:90em"
|-
! 2022
|-
|''Wet Langdurige Zorg''
Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg.
2022: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=1&paragraaf=1&artikel=1.1.1&z=2021-01-01&g=2021-01-01 WLZ, art. 1.1.1]
Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.
2022: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=3.2.3&z=2021-01-01&g=2021-01-01 WLZ art. 3.2.3 lid 1]
<br/>''Wet maatschappelijke ondersteuning''
Het college beslist op een aanvraag:<br/>a. Van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie.<br/>b. Van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.
Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
2022: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035362&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=2.3.5&z=2021-07-01&g=2021-07-01 WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2]
<br/>''Jeugdwet''
Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:<br/>a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;<br/>b. indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of<br/>c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.
Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.
In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.
2022:[https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2021-11-06&g=2021-11-06 Jeugdwet, art. 1.2]


<br/>Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:<br/>Jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek
<br/>Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:<br/>Jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek


2020: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2020-07-01&g=2020-07-01 Jeugdwet, art. 2.6 lid 1]
2022: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2021-11-06&g=2021-11-06 Jeugdwet, art. 2.6 lid 1]
 
<br/>''Zorgverzekeringswet''
 
''Wijkverpleging''
 
De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.
 
De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.
 
2022: [https://www.zorginstituutnederland.nl/binaries/zinl/documenten/standpunten/2019/03/28/verpleegkundige-indicatiestelling-een-nadere-duiding/Verpleegkundige+indicatiestelling+-+een+nadere+duiding.pdf Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7]
 
''Eerstelijnsverblijf''
 
Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.
 
2022: [https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/revalidatie/tijdelijk-verblijf Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling]
|}
 
{| class="mw-collapsible mw-collapsed wikitable" style="width:90em"
|-
! 2023
|-
|''Wet Langdurige Zorg''
Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg.
 
2023: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=1&paragraaf=1&artikel=1.1.1&z=2022-07-01&g=2022-07-01 WLZ, art. 1.1.1]<br />Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.
 
2023: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=3.2.3&z=2022-07-01&g=2022-07-01 WLZ art. 3.2.3 lid 1]
 
<br/>''Wet maatschappelijke ondersteuning''
 
Het college beslist op een aanvraag:<br/>a. van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie;<br/>b. van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.
 
Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
 
2023: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035362&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=2.3.5&z=2022-07-01&g=2022-07-01 WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2]
 
<br/>''Jeugdwet''
 
Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:<br/>a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;<br/>b. indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of<br/>c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.
 
Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.
 
In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.
 
2023:[https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01 Jeugdwet, art. 1.2]<br />
 
 
Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:<br />jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
 
2023: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2023-01-01&g=2023-01-01 Jeugdwet, art. 2.6 lid 1]
 
 
<br/>''Zorgverzekeringswet''
 
''Wijkverpleging''
 
De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.
 
De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.
 
2023: [https://www.zorginstituutnederland.nl/binaries/zinl/documenten/standpunten/2019/03/28/verpleegkundige-indicatiestelling-een-nadere-duiding/Verpleegkundige+indicatiestelling+-+een+nadere+duiding.pdf Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7]
 
''Eerstelijnsverblijf''
 
Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.
 
2023: [https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/revalidatie/tijdelijk-verblijf Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling]
|}
 
{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em"
|-
! 2024
|-
|''Wet Langdurige Zorg''
Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg;
 
2024: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=1&paragraaf=1&artikel=1.1.1&z=2023-10-01&g=2023-10-01 WLZ, art. 1.1.1]<br />Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.
 
2024: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=3&paragraaf=2&artikel=3.2.3&z=2023-10-01&g=2023-10-01 WLZ art. 3.2.3 lid 1]
 
<br/>''Wet maatschappelijke ondersteuning''
 
Het college beslist op een aanvraag:<br/>a. van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie;<br/>b. van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.
 
Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
 
2024: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035362&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=2.3.5&z=2023-07-01&g=2023-07-01 WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2]
 
<br/>''Jeugdwet''
 
Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:<br/>a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;<br/>b. Indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of<br/>c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.
 
Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.
 
In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.
 
2024:[https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2023-07-01&g=2023-07-01 Jeugdwet, art. 1.2]<br />
 
Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:<br />jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
 
2024: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2023-07-01&g=2023-07-01 Jeugdwet, art. 2.6 lid 1e]


<br/>'''Zorgverzekeringswet'''
<br/>''Zorgverzekeringswet''


''Wijkverpleging''
''Wijkverpleging''
Regel 54: Regel 269:
De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.
De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.


2020: [https://www.zorginstituutnederland.nl/binaries/zinl/documenten/standpunten/2019/03/28/verpleegkundige-indicatiestelling-een-nadere-duiding/Verpleegkundige+indicatiestelling+-+een+nadere+duiding.pdf Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7]
2024: [https://www.zorginstituutnederland.nl/binaries/zinl/documenten/standpunten/2019/03/28/verpleegkundige-indicatiestelling-een-nadere-duiding/Verpleegkundige+indicatiestelling+-+een+nadere+duiding.pdf Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7]


''Eerstelijnsverblijf''
''Eerstelijnsverblijf''


Huisarts of medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig (ELV).
Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.
 
2024: [https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/revalidatie/tijdelijk-verblijf Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling]
|}
{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em"
|-
! 2025
|-
|''Wet Langdurige Zorg''
Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg;
 
2025: [https://wetten.overheid.nl/BWBR0035917/2025-01-01/0 WLZ, art. 1.1.1]<br />Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.
 
2025: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035917&hoofdstuk=3&paragraaf=3&artikel=3.3.2&z=2025-01-01&g=2025-01-01 WLZ art. 3.2.3 lid 1]
 
<br/>''Wet maatschappelijke ondersteuning''
 
Het college beslist op een aanvraag:<br/>a. van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie;<br/>b. van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.
 
Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
 
2025: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035362&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=2.3.5&z=2025-01-01&g=2025-01-01 WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2]
 
<br/>''Jeugdwet''
 
Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:<br/>a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;<br/>b. Indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of<br/>c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.


2020: [https://www.regelhulp.nl/ik-heb-hulp-nodig/kort-wonen-in-zorginstelling Regelhulp Rijksoverheid, kort wonen in zorginstelling]
Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.


In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.
2025:[https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2025-01-01&g=2025-01-01 Jeugdwet, art. 1.2]<br />
Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:<br />jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
2025: [https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=2&artikel=2.6&z=2025-01-01&g=2025-01-01 Jeugdwet, art. 2.6 lid 1e]
<br/>''Zorgverzekeringswet''
''Wijkverpleging''
De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.
De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.
2025: [https://www.zorginstituutnederland.nl/binaries/zinl/documenten/standpunten/2019/03/28/verpleegkundige-indicatiestelling-een-nadere-duiding/Verpleegkundige+indicatiestelling+-+een+nadere+duiding.pdf Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7]
''Eerstelijnsverblijf''
Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.
2025: [https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/revalidatie/tijdelijk-verblijf Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling]
|}
|}


===== Interpretaties =====
===== Interpretaties =====


De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:  
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
#Indicatie wordt in dit geval gebruikt als overkoepelende term voor de verschillende benamingen gebruikt bij de verschillen vormen van zorg en financieringsstromen. Hier vallen bijvoorbeeld ook beschikking en verwijzing onder.
 
#GRZ wordt niet meegenomen in deze controle, dit wordt gecontroleerd met de R45195 - Verwijzing - Traject zonder verwijzing (nog niet gecertificeerd)
#Zorglegitimatie wordt in dit geval gebruikt als overkoepelende term voor de verschillende benamingen gebruikt bij de verschillen vormen van zorg en financieringsstromen. Hier vallen onder:
#*WLZ: indicatie
#*WMO: beschikking/voorziening
#*Jeugdwet: beschikking/voorziening en verwijzing
#*ZVW: indicatie
 
===== Instelbaar =====
De volgende zaken zijn instelbaar:
 
# Hoeveel dagen na aanmelding een cliënt gesignaleerd wordt (standaard = 0 dagen na aanmelding)
# Zorglegitimaties met bepaalde financieringen tellen niet als geldige legitimaties.


===== Programmeerbare norm =====
===== Programmeerbare norm =====
Regel 82: Regel 356:
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle" | {{BlauwePijl}}<br/>
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle" | {{BlauwePijl}}<br/>
|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |  
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(0, 68, 137)" |  
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">2) Er is geen geldige indicatie aanwezig</span>
<span style="color: rgb(255, 255, 255)">2) Er is geen geldige zorglegitimatie aanwezig</span>


|}
|}


 
{| style="font-size: 12.7px; color: rgb(0, 0, 0); font-family: sans-serif; width: 500px" cellpadding="1" cellspacing="1" border="0"
|-
| style="width: 75px; background-color: rgb(173, 216, 230)" | <br/>
| style="width: 412px" | Controlemassa data-analyse
|-
| style="width: 75px; background-color: rgb(0, 68, 137)" | <br/>
| style="width: 412px" | Uitkomst data-analyse<br/>
|}


Logica: 1 en 2
Logica: 1 en 2


===== Berekening financiële impact =====
===== Berekening financiële impact =====
Zie [[GHZ-VVT Financiële impactbepaling#Vast bedrag per actie|GHZ-VVT Financiële impactbepaling - Vast bedrag per actie]]
<p style="text-align: center">{{VALUECARE}}</p>
<p style="text-align: center">{{VALUECARE}}</p>

Huidige versie van 24 jun 2025 08:24

Referentienummer: R45000
Behoort tot Normenkader ValueCare

GHZ-VVT Rechtmatigheid

  1. GHZ-VVT Rechtmatigheid - Zorglegitimatie

GHZ-VVT Productieverantwoording

  1. GHZ-VVT Productieverantwoording - Zorglegitimatie
Samenvatting

Om in aanmerking te komen voor zorg is een geldige zorglegitimatie nodig. Deze controle toont cliënten in zorg die geen geldige zorglegitimatie hebben.

Risico

Legitimatie voor zorg ontbreekt of is niet door bevoegd persoon/instantie afgegeven (indicatie of verwijzing).

Regelgeving / beleid
2020
Wet Langdurige Zorg

Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg.

2020: WLZ, art. 1.1.1
Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.

2020: WLZ art. 3.2.3 lid 1


Wet maatschappelijke ondersteuning

Het college beslist op een aanvraag
a. Van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie.
b. Van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.

Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

2020: WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2


Jeugdwet

Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:
a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
b. indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of
c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.

Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.

In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.

2020: Jeugdwet, art. 1.2


Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:
Jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

2020: Jeugdwet, art. 2.6 lid 1


Zorgverzekeringswet

Wijkverpleging

De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.

De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.

2020: Zorginsituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7

Eerstelijnsverblijf

Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.

2020: Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling

2021
Wet Langdurige Zorg

Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg.

2021: WLZ, art. 1.1.1

Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.

2021: WLZ art. 3.2.3 lid 1


Wet maatschappelijke ondersteuning

Het college beslist op een aanvraag:
a. Van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie.
b. Van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.

Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

2021: WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2


Jeugdwet

Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:
a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
b. indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of
c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.

Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.

In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.

2021: Jeugdwet, art. 1.2


Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:
Jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

2021: Jeugdwet, art. 2.6 lid 1


Zorgverzekeringswet

Wijkverpleging

De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.

De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.

2021: Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7

Eerstelijnsverblijf

Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.

2021: Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling

2022
Wet Langdurige Zorg

Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg.

2022: WLZ, art. 1.1.1

Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.

2022: WLZ art. 3.2.3 lid 1


Wet maatschappelijke ondersteuning

Het college beslist op een aanvraag:
a. Van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie.
b. Van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.

Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

2022: WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2


Jeugdwet

Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:
a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
b. indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of
c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.

Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.

In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.

2022:Jeugdwet, art. 1.2


Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:
Jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek

2022: Jeugdwet, art. 2.6 lid 1


Zorgverzekeringswet

Wijkverpleging

De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.

De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.

2022: Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7

Eerstelijnsverblijf

Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.

2022: Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling

2023
Wet Langdurige Zorg

Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg.

2023: WLZ, art. 1.1.1
Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.

2023: WLZ art. 3.2.3 lid 1


Wet maatschappelijke ondersteuning

Het college beslist op een aanvraag:
a. van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie;
b. van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.

Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

2023: WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2


Jeugdwet

Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:
a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
b. indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of
c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.

Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.

In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.

2023:Jeugdwet, art. 1.2


Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:
jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

2023: Jeugdwet, art. 2.6 lid 1



Zorgverzekeringswet

Wijkverpleging

De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.

De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.

2023: Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7

Eerstelijnsverblijf

Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.

2023: Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling

2024
Wet Langdurige Zorg

Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg;

2024: WLZ, art. 1.1.1
Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.

2024: WLZ art. 3.2.3 lid 1


Wet maatschappelijke ondersteuning

Het college beslist op een aanvraag:
a. van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie;
b. van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.

Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

2024: WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2


Jeugdwet

Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:
a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
b. Indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of
c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.

Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.

In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.

2024:Jeugdwet, art. 1.2

Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:
jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

2024: Jeugdwet, art. 2.6 lid 1e


Zorgverzekeringswet

Wijkverpleging

De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.

De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.

2024: Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7

Eerstelijnsverblijf

Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.

2024: Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling

2025
Wet Langdurige Zorg

Indicatiebesluit: besluit van het CIZ waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor zorg;

2025: WLZ, art. 1.1.1
Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.

2025: WLZ art. 3.2.3 lid 1


Wet maatschappelijke ondersteuning

Het college beslist op een aanvraag:
a. van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie;
b. van een ingezetene van Nederland om een maatwerkvoorziening ten behoeve van opvang en beschermd wonen.

Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

2025: WMO, art. 2.3.5 lid 1 en 2


Jeugdwet

Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:
a. indien er met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
b. Indien naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of
c. indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.

Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van deze wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van deze wet te treffen.

In afwijking van het eerste lid is het college gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen, indien het jeugdhulp betreft als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b.

2025:Jeugdwet, art. 1.2

Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:
jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

2025: Jeugdwet, art. 2.6 lid 1e


Zorgverzekeringswet

Wijkverpleging

De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg.

De zorgprofessional is verantwoordelijk voor de indicatiestelling en het bepalen van de daaruit voortvloeiende, noodzakelijke zorg.

2025: Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling een nadere duiding, p.5 en p.7

Eerstelijnsverblijf

Uw huisarts of de medisch specialist maakt de afweging of iemand in aanmerking komt voor een kort verblijf in een zorginstelling. De indicatie is drie maanden geldig.

2025: Regelhulp Rijksoverheid, tijdelijk verblijf in zorginstelling


Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Zorglegitimatie wordt in dit geval gebruikt als overkoepelende term voor de verschillende benamingen gebruikt bij de verschillen vormen van zorg en financieringsstromen. Hier vallen onder:
    • WLZ: indicatie
    • WMO: beschikking/voorziening
    • Jeugdwet: beschikking/voorziening en verwijzing
    • ZVW: indicatie
Instelbaar

De volgende zaken zijn instelbaar:

  1. Hoeveel dagen na aanmelding een cliënt gesignaleerd wordt (standaard = 0 dagen na aanmelding)
  2. Zorglegitimaties met bepaalde financieringen tellen niet als geldige legitimaties.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Legitimatie - Client zonder geldige zorglegitimatie (R45000)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle cliënten in zorg


2) Er is geen geldige zorglegitimatie aanwezig


Controlemassa data-analyse

Uitkomst data-analyse

Logica: 1 en 2

Berekening financiële impact

Zie GHZ-VVT Financiële impactbepaling - Vast bedrag per actie