Registratie voldoet aan de eisen van een SEH consult, zorgactiviteit gekoppeld aan ander uitvoerend specialisme (N4012): verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geen bewerkingssamenvatting
Rtanis (overleg | bijdragen)
 
(16 tussenliggende versies door 7 gebruikers niet weergegeven)
Regel 6: Regel 6:
Ziekenhuizen Volledigheid
Ziekenhuizen Volledigheid


#[[Ziekenhuizen_Volledigheid|Ziekenhuizen Volledigheid]] - [[Ziekenhuizen_Volledigheid#Spoedeisende_hulp|Spoedeisende hulp]]
#[[Ziekenhuizen_Volledigheid|Ziekenhuizen Volledigheid]] - [[Ziekenhuizen_Volledigheid#Openen_behandeling|Diagnosebepaling - Openen behandeling]]


===== Samenvatting =====
===== Samenvatting =====
Regel 16: Regel 16:
{| class="mw-collapsible mw-collapsed wikitable" style="width:90em"
{| class="mw-collapsible mw-collapsed wikitable" style="width:90em"
|-
|-
! 2018
! 2021
|-
|-
| ''Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)''
|''Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)''
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. Een subtraject met ZT11 bevat ten minste één fysiek face-to-face contact tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt. Voor klinische genetica geldt een uitzondering op deze regel: in plaats van een fysiek face-to-face contact kan hiervoor ook een screen-to-screen consult plaatsvinden. Ook voor hartteambespreking en longteambespreking geldt dat er geen face-to-face contact hoeft plaats te vinden, er is hierbij namelijk geen contact met de patiënt.
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.


2. Wanneer er bij de behandeling van de patiënt in verband met verschillende zorgvragen meerdere specialismen zijn betrokken als hoofdbehandelaar, opent elk specialisme een eigen zorgtraject als sprake is van een eigen zorgvraag, diagnosestelling én behandeling.  
2. Multidisciplinaire behandeling
<br/>a. Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
<br/>b. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.


3. Op de voorwaarde behandeling én diagnostiek, zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 en lid 2, geldt een uitzondering: indien de patiënt na diagnosestelling definitief wordt doorverwezen naar een andere hoofdbehandelaar van een ander poortspecialisme waar behandeling plaatsvindt, zonder dat de patiënt behandeld is door de eerste hoofdbehandelaar, kunnen beide poortspecialismen een zorgtraject openen. &nbsp;
3. Een nieuw te openen zorgtraject voldoet aan de volgende voorwaarden:
*er is sprake van een behandelrelatie voor de zorgvraag tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt zoals beschreven in de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO).
*de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor de anamnese en diagnosestelling. Dit blijkt uit het medisch dossier.


4. De typeringslijst voor neonatologie wordt gehanteerd tot maximaal 28 dagen na de à terme datum (de uitgerekende datum) indien de pasgeborene een aandoening krijgt die te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. De typeringslijst voor kindergeneeskunde wordt gehanteerd vanaf 28 dagen na de à terme datum of op het moment dat de pasgeborene een aandoening krijgt die niet te maken heeft met de geboorte of perinatale periode.
4. Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme
<br/>a. Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.
<br/>b. Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).
<br/>c. Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
*Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).
*Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
*Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
*Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of klinische medebehandeling.
*Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
*Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
*Bij de diagnosen voor ‘ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling.
*Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties.
d. Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject  geopend worden:
*Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
*Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.
e. Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie
voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKIONstratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.
<br/>f. Bij chronische zorg met thuisbeademing mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven geopend worden.
<br/>g. Bij chronische dialyse mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven geopend worden.
<br/>h. Een orgaantransplantatietraject kan parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening worden geopend. Een zorgvraag maakt onderdeel uit van het transplantatiezorgtraject wanneer aan de volgende criteria voldaan is:
*de transplantatiespecialist treedt op als hoofdbehandelaar; en
*er is sprake van een direct oorzakelijk verband met de transplantatie; en
*de transplantatie gerelateerde zorgvraag doet zich voor tijdens de looptijd van het operatieve fase 2 subtraject of binnen het eerst geopende nazorgtraject van 120 dagen.
i. Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend.
<br/>j. Bij radiotherapie kan een parallel zorgtraject geopend worden bij:
*Combinatiebehandelingen<br/>Voor combinatiebehandelingen van tele-, brachytherapie en/of hyperthermie wordt per soort behandeling een afzonderlijk (parallel) traject geopend.
*Uitwendige bestraling<br/>Voor uitwendige bestraling geldt dat parallelle zorgtrajecten zijn toegestaan, voor zover er sprake is van meerdere doelgebieden die niet in één bestralingsplan te omvatten zijn. Behandeling van twee ISO centra betekent twee zorgtrajecten.


2018: [[NR/REG-1816#page16|NR/REG-1816 art. 5]]
2021: [[NR/REG-2103a#page17|NR/REG-2103a art. 5]]


''Openen parallel zorgtraject (met subtraject ZT11 of ZT12)''
''Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.


1. Een parallel zorgtraject (met bijbehorende subtrajecten ZT11 en ZT21) bij eenzelfde specialisme wordt alleen geregistreerd indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject, wordt geen parallel zorgtraject geopend.<br/>De subtrajecten van het parallelle zorgtraject dienen een zorgprofiel met eigen zorgactiviteiten te hebben, waarvan:
''Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis (190016)''<br/>Een face to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.


*minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen; en/of
2021: [[NR/REG-2103a#page49|NR/REG-2103a art. 24 lid 17 en 18]]
*minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1, 2 of 3; en/of
*minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing; en/of
*minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie; en/of
*minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen; en/ of
*minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190785). Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten; en/of • minimaal zorgactiviteit 039898; en/of • minimaal zorgactiviteit 039676.


De combinatie van de (typerende) diagnosen van het reeds openstaande subtraject en het te openen subtraject van het parallelle zorgtraject mag op de openingsdatum van het te openen parallelle subtraject niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7 van deze regeling). &nbsp;
Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende zorgproductgroep worden gedeclareerd.


2. Bij parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen worden alleen twee zorgtrajecten geopend indien sprake is van een operatieve behandeling aan beide zijden en de combinatie van beide identieke diagnosen niet voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7 van deze regeling).
Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.


3. Binnen een specialisme mag maximaal één klinisch dbc-zorgproduct geopend worden tijdens het klinische traject van de patiënt. &nbsp;
Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.


4. Het specialisme cardiologie kent geen parallelliteit, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie. Het specialisme klinische geriatrie kent ook geen parallelliteit, behalve bij icc of klinische medebehandeling. Neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde en het specialisme geriatrische revalidatiezorg kennen helemaal geen parallelliteit. &nbsp;
2021: [[NR/REG-2103a#page81|NR/REG-2103a art. 33 lid 10, 11 en 12]]


5. De diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16' omvatten het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening. &nbsp;
|}


6. De diagnosen voor `Screening colorectaal carcinoom' omvatten alle zorgactiviteiten die uitgevoerd worden in het kader van het bevolkingsonderzoek. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.
{| class="mw-collapsible mw-collapsed wikitable" style="width:90em"
|-
! 2022
|-
|''Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)''
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.


7. De diagnosen voor `Ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden naast een icc en/of medebehandeling. In andere situaties is het niet toegestaan om deze diagnosen parallel te registreren.
2. Multidisciplinaire behandeling
a. Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
b. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.


8. Het specialisme gynaecologie onderscheidt drie fasen voor obstetrie: zwangerschap (Z11 t/m Z41), bevalling (B11 t/m B41) en kraambed (K23, K25). Het is niet toegestaan om tijdens één zwangerschap parallelle zorgtrajecten te registreren voor eenzelfde fase, met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich een postnatale depressie (K25) voordoet na postnatale complicaties en/of nazorg na partus elders inclusief nacontrole (K23). Bij een nieuwe zwangerschap mag een parallel zorgtraject worden geopend.
3. Een nieuw te openen zorgtraject voldoet aan de volgende voorwaarden:
*er is sprake van een behandelrelatie voor de zorgvraag tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt zoals beschreven in de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO).
*de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor de anamnese en diagnosestelling. Dit blijkt uit het medisch dossier.


2018: [[NR/REG-1816#page17|NR/REG-1816 art. 5a]]
4. Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme
a. Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.


''Openen zorgtraject bij multidisciplinaire behandeling (met subtraject ZT11)''
b. Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).


1. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar een eigen behandeling uitvoeren. In dat geval opent elk (poort)specialisme een eigen zorgtraject. &nbsp;
c. Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
*Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).
*Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
*Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
*Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of klinische medebehandeling.
*Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
*Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
*Bij de diagnosen voor ‘ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling.
*Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich bevalling gerelateerde posttraumatische stressklachten of een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties.


2. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een poortspecialist als een SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist en/of physician assistant een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.
d. Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
*Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
*Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.


2018: [[NR/REG-1816#page19|NR/REG-1816 art. 5b]]
e. Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKION-stratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.


''Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. Deze activiteit kan naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.
f. Bij chronische zorg met thuisbeademing mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven geopend worden.


''Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis (190016)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp. Deze activiteit kan naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.
g. Bij chronische dialyse mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven geopend worden. Indien een patiënt tijdelijk dialyseert in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt regulier in behandeling is, mogen beide instellingen een eigen zorgtraject openen.


2018: [[NR/REG-1816#page55|NR/REG-1816 art. 24 lid 45 en 46]]
h. Een orgaantransplantatietraject kan parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening worden geopend. Een zorgvraag maakt onderdeel uit van het transplantatiezorgtraject wanneer aan de volgende criteria voldaan is:
*de transplantatiespecialist treedt op als hoofdbehandelaar; en
*er is sprake van een direct oorzakelijk verband met de transplantatie; en
*de transplantatie gerelateerde zorgvraag doet zich voor tijdens de looptijd van het operatieve fase 2 subtraject of binnen het eerst geopende nazorgtraject van 120 dagen.


|}
i. Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend.


{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em"
j. Bij radiotherapie kan een parallel zorgtraject geopend worden bij:
|-
*Combinatiebehandelingen Voor combinatiebehandelingen van tele-, brachytherapie en/of hyperthermie wordt per soort behandeling een afzonderlijk (parallel) traject geopend.
! 2019
*Uitwendige bestraling Voor uitwendige bestraling geldt dat parallelle zorgtrajecten zijn toegestaan, voor zover er sprake is van meerdere doelgebieden die niet in één bestralingsplan te omvatten zijn. Behandeling van twee ISO centra betekent twee zorgtrajecten.
|-
| ''Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)''
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat.<br/>Een subtraject met ZT11 bevat ten minste één fysiek face-to-face contact tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt. Voor klinische genetica geldt een uitzondering op deze regel: in plaats van een fysiek face-to-face contact kan hiervoor ook een screen-to-screen consult plaatsvinden. Voor radiotherapie is geen face-to-face contact vereist indien sprake is van een parallel subtraject zoals omschreven in artikel 19 lid 13 onder b van deze regeling. Subtrajecten met ZT11 voor audiologie bevatten ten minste één fysiek face-to-face contact in de volgende gevallen:


*Kinderen tot en met 18 jaar met een gehoorstoornis;
k. Voor immuun effectorcel therapie wordt enkel voor de onderstaande situaties een parallel zorgtraject geopend:
*Patiënten waarbij beoordeeld moet worden of nader medisch onderzoek en/of medische behandeling noodzakelijk is;
a. Bij kinderen met een SKION-stratificatie wordt voor de gehele immuueffectorceltherapie een parallel zorgtrtaject geopend.
*Patiënten met meervoudige audiologische problematiek;
b. Voor patiënten zonder SKION-stratificatie wordt enkel een parallel zorgtraject geopend voor de screeningsfase.  Dit zorgtraject wordt getypeerd met de diagnose behorende bij de onderliggende zorgvraag.  
*Patiënten met een evenwichtsstoornis.


Voor hartteambespreking en longteambespreking geldt dat er geen face-to-face contact hoeft plaats te vinden, er is hierbij namelijk geen contact met de patiënt.
l. Voor de behandeling van wonden in een gespecialiseerd brandwondencentrum wordt een apart zorgtraject geopend.


2. Wanneer er bij de behandeling van de patiënt in verband met verschillende zorgvragen meerdere specialismen zijn betrokken als hoofdbehandelaar, opent elk specialisme een eigen zorgtraject als sprake is van een eigen zorgvraag, diagnosestelling én behandeling. &nbsp;
5. Voor een medebehandeling in het kader van een transplantatiezorgvraag (exclusief hart-/ long-/hartlongtransplantatie) wordt geen apart zorgtraject geopend. De zorgactiviteit(en) voor de medebehandeling word(t)(en) geregistreerd in het al openstaande zorgtraject voor de transplantatiezorgvraag.


3. Op de voorwaarde behandeling én diagnostiek, zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 en lid 2, geldt een uitzondering: indien de patiënt na diagnosestelling definitief wordt doorverwezen naar een andere hoofdbehandelaar van een ander poortspecialisme waar behandeling plaatsvindt, zonder dat de patiënt behandeld is door de eerste hoofdbehandelaar, openen beide poortspecialismen een zorgtraject. &nbsp;
2022: [[NR/REG-2207a#page15|NR/REG-2207a art. 5]]


4. De typeringslijst voor neonatologie wordt gehanteerd tot maximaal 28 dagen na de à terme datum (de uitgerekende datum) indien de pasgeborene een aandoening krijgt die te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. De typeringslijst voor kindergeneeskunde wordt gehanteerd vanaf 28 dagen na de à terme datum of op het moment dat de pasgeborene een aandoening krijgt die niet te maken heeft met de geboorte of perinatale periode.
''Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.


2019: [[NR/REG-1907a#page16|NR/REG-1907a art. 5]]
''Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis (190016)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.


''Openen parallel zorgtraject (met subtraject ZT11 of ZT12)''
2022: [[NR/REG-2207a#page48|NR/REG-2207a art. 24 lid 17 en 18]]


1. Een parallel zorgtraject (met bijbehorende subtrajecten ZT11 en ZT21) bij eenzelfde specialisme wordt alleen geregistreerd indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject, wordt geen parallel zorgtraject geopend. De subtrajecten van het parallelle zorgtraject hebben een zorgprofiel met eigen zorgactiviteiten, waarvan: • minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen; en/of • minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1, 2 of 3; en/of • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing; en/of • minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie; en/of • minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen; en/ of • minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190799), waarbij sprake is van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten; en/of • minimaal zorgactiviteit 039898; en/of • minimaal zorgactiviteit 039676. De combinatie van de (typerende) diagnosen van het reeds openstaande subtraject en het te openen subtraject van het parallelle zorgtraject komt op de openingsdatum van het te openen parallelle subtraject niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7 van deze regeling). &nbsp;
Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende zorgproductgroep worden gedeclareerd.


2. Bij parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen worden alleen twee zorgtrajecten geopend indien sprake is van een operatieve behandeling aan beide zijden en de combinatie van beide identieke diagnosen niet voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7 van deze regeling). &nbsp;
Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.


3. Binnen een specialisme mag maximaal één klinisch dbc-zorgproduct geopend worden tijdens het klinische traject van de patiënt. &nbsp;
Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker of stamceltransplantatie bij niet-maligne aandoeningen (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.


4. Het specialisme cardiologie kent geen parallelliteit, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie. Het specialisme klinische geriatrie kent ook geen parallelliteit, behalve bij icc of klinische medebehandeling. Neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde en het specialisme geriatrische revalidatiezorg kennen helemaal geen parallelliteit. &nbsp;
2022: [[NR/REG-2207a#page82|NR/REG-2207a art. 33 lid 10, 11 en 12]]
|}


5. De diagnosen ‘ATLS-opvang trauma ISS <16’ en ‘ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16’ omvatten het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS. Deze diagnosen mogen, mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan, parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening. &nbsp;
{| class="mw-collapsible mw-collapsed wikitable" style="width:90em"
|-
! 2023
|-
|''Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)''
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.
<br/>2. Multidisciplinaire behandeling
*Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
*Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.
3. Een nieuw te openen zorgtraject voldoet aan de volgende voorwaarden:
*er is sprake van een behandelrelatie voor de zorgvraag tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt zoals beschreven in de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO).
*de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor de anamnese en diagnosestelling. Dit blijkt uit het medisch dossier.
4. Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme
*Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.
*Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de 'Diagnose Combinatie Tabel' (bijlage bij deze regeling).
c. Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
*Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de 'Diagnose Combinatie Tabel' (bijlage bij deze regeling).
*Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
*Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
*Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of medebehandeling.
*Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
*Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
*Bij de diagnosen voor 'ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling.
*Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich bevalling gerelateerde posttraumatische stressklachten of een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties
d. Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
*Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.  
*Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.
e. Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKION-stratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.
<br/>f. Bij chronische zorg met thuisbeademing mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven geopend worden.
<br/>g. Bij chronische dialyse mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven geopend worden. Indien een patiënt tijdelijk dialyseert in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt regulier in behandeling is, mogen beide instellingen een eigen zorgtraject openen.
<br/>h. Een orgaantransplantatietraject kan parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening worden geopend. Een zorgvraag maakt onderdeel uit van het transplantatiezorgtraject wanneer aan de volgende criteria voldaan is:
*de transplantatiespecialist treedt op als hoofdbehandelaar; en
*er is sprake van een direct oorzakelijk verband met de transplantatie; en
*de transplantatie gerelateerde zorgvraag doet zich voor tijdens de looptijd van het operatieve fase 2 subtraject of binnen het eerst geopende nazorgtraject van 120 dagen.
i. Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend.
<br/>j. Bij radiotherapie kan een parallel zorgtraject geopend worden bij:
*Combinatiebehandelingen<br/>Voor combinatiebehandelingen van tele-, brachytherapie en/of hyperthermie wordt per soort behandeling een afzonderlijk (parallel) traject geopend.
*Uitwendige bestraling<br/>Voor uitwendige bestraling geldt dat parallelle zorgtrajecten zijn toegestaan, voor zover er sprake is van meerdere doelgebieden die niet in één bestralingsplan te omvatten zijn. Behandeling van twee ISO-centra betekent twee zorgtrajecten.
*Protonentherapie<br/>Bij start protonentherapie.
k. Voor immuun effectorcel therapie wordt alleen voor de onderstaande situaties een parallel zorgtraject geopend:
*Bij kinderen met een SKION-stratificatie wordt voor de gehele immuun effectorceltherapie een parallel zorgtraject geopend.
*Voor patiënten zonder SKION-stratificatie wordt alleen een parallel zorgtraject geopend voor de screeningsfase. Dit zorgtraject wordt getypeerd met de diagnose behorende  bij de onderliggende zorgvraag.
l. Voor de behandeling van wonden in een gespecialiseerd brandwondencentrum wordt een apart zorgtraject geopend.


6. De diagnosen voor ‘Screening colorectaal carcinoom’ omvatten alle zorgactiviteiten die uitgevoerd worden in het kader van het bevolkingsonderzoek. Deze diagnosen mogen, mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan, parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start. &nbsp;
5. Voor een medebehandeling in het kader van een zorgvraag voor orgaantransplantatie (exclusief hart-/ long-/ hartlongtransplantatie) wordt geen apart zorgtraject geopend. De zorgactiviteit(en) voor de medebehandeling word(t)(en) geregistreerd in het al openstaande zorgtraject voor de zorgvraag voor orgaantransplantatie.


7. De diagnosen voor het vakgebied 'ouderengeneeskunde’ (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde mogen, mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan, parallel geregistreerd worden naast een icc en/of medebehandeling. In andere situaties is het niet toegestaan om deze diagnosen parallel te registreren. &nbsp;
2023: [[NR/REG-2306a#page12|NR/REG-2306a art. 5]]


8. Het specialisme gynaecologie onderscheidt drie fasen voor obstetrie: zwangerschap (Z11 t/m Z41), bevalling (B11 t/m B41) en kraambed (K23 t/m K25). Het is niet toegestaan om tijdens één zwangerschap parallelle zorgtrajecten te registreren voor eenzelfde fase. Hierop geldt een uitzondering voor de fase van kraambed indien zich een postnatale depressie (K25) voordoet na postnatale complicaties (K23, K24). Het is niet toegestaan om naast de fase bevalling (B11 t/m B41) een parallel zorgtraject voor postnatale complicaties (K23, K24) te registreren. Bij een nieuwe zwangerschap mag een parallel zorgtraject worden geopend.
''Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.
 
2019: [[NR/REG-1907a#page17|NR/REG-1907a art. 5a]]
 
''Openen zorgtraject bij multidisciplinaire behandeling (met subtraject ZT11)''
 
1. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar een eigen behandeling uitvoeren. In dat geval opent elk (poort)specialisme een eigen zorgtraject. &nbsp;


2. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een poortspecialist als een SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist en/of physician assistant een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.
''Spoedeisende hulp contact buiten de SEH, elders in het ziekenhuis (190016)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.


2019: [[NR/REG-1907a#page19|NR/REG-1907a art. 5b]]
2023: [[NR/REG-2306a#page32|NR/REG-2306a art. 24 lid 17 en 18]]


''Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.
Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende dbc-zorgproductgroep worden gedeclareerd.


''Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis (190016)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.
Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.


2019: [[NR/REG-1907a#page51|NR/REG-1907a art. 24 lid 17 en 18]]
Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker of stamceltransplantatie bij niet-maligne aandoeningen (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.


2023: [[NR/REG-2306a#page59|NR/REG-2306a art. 33 lid 10, 11 en 12]]
|}
|}


{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em"
{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em"
|-
|-
! 2020
! 2024
|-
|-
| ''Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)''
|''Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)''
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.
<br/>2. Multidisciplinaire behandeling
*Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
*Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.
3. Een nieuw te openen zorgtraject voldoet aan de volgende voorwaarden:
*er is sprake van een behandelrelatie voor de zorgvraag tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt zoals beschreven in de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO).
*de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor de anamnese en diagnosestelling. Dit blijkt uit het medisch dossier.
4. Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme
*Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.
*Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de 'Diagnose Combinatie Tabel' (bijlage bij deze regeling).
c. Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
*Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de 'Diagnose Combinatie Tabel' (bijlage bij deze regeling).
*Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
*Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
*Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of medebehandeling.
*Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
*Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
*Bij de diagnosen voor 'ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling.
*Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich bevalling gerelateerde posttraumatische stressklachten of een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties
d. Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
*Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
*Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.
e. Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKION-stratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.
<br/>f. Bij chronische zorg met thuisbeademing mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven geopend worden.
<br/>g. Bij chronische dialyse mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven geopend worden. Indien een patiënt tijdelijk dialyseert in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt regulier in behandeling is, mogen beide instellingen een eigen zorgtraject openen.
<br/>h. Een orgaantransplantatietraject kan parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening worden geopend. Een zorgvraag maakt onderdeel uit van het transplantatiezorgtraject wanneer aan de volgende criteria voldaan is:
*de transplantatiespecialist treedt op als hoofdbehandelaar; en
*er is sprake van een direct oorzakelijk verband met de transplantatie; en
*de transplantatie gerelateerde zorgvraag doet zich voor tijdens de looptijd van het operatieve fase 2 subtraject of binnen het eerst geopende nazorgtraject van 120 dagen.
i. Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend.
<br/>j. Bij radiotherapie kan een parallel zorgtraject geopend worden bij:
*Combinatiebehandelingen<br/>Voor combinatiebehandelingen van tele-, brachytherapie en/of hyperthermie wordt per soort behandeling een afzonderlijk (parallel) traject geopend.
*Uitwendige bestraling<br/>Voor uitwendige bestraling geldt dat parallelle zorgtrajecten zijn toegestaan, voor zover er sprake is van meerdere doelgebieden die niet in één bestralingsplan te omvatten zijn. Behandeling van twee ISO-centra betekent twee zorgtrajecten.
*Protonentherapie<br/>Bij start protonentherapie.
k. Voor immuun effectorcel therapie wordt alleen voor de onderstaande situaties een parallel zorgtraject geopend:
*Bij kinderen met een SKION-stratificatie wordt voor de gehele immuun effectorceltherapie een parallel zorgtraject geopend.
*Voor patiënten zonder SKION-stratificatie wordt alleen een parallel zorgtraject geopend voor de screeningsfase. Dit zorgtraject wordt getypeerd met de diagnose behorende  bij de onderliggende zorgvraag.
l. Voor de behandeling van wonden in een gespecialiseerd brandwondencentrum wordt een apart zorgtraject geopend.


2. Multidisciplinaire behandeling
5. Voor een medebehandeling in het kader van een zorgvraag voor orgaantransplantatie (exclusief hart-/ long-/ hartlongtransplantatie) wordt geen apart zorgtraject geopend. De zorgactiviteit(en) voor de medebehandeling word(t)(en) geregistreerd in het al openstaande zorgtraject voor de zorgvraag voor orgaantransplantatie.
 
2024: [[NR/REG-2403a#page12|NR/REG-2403a art. 5]]
 
 
''Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.


a. Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
''Spoedeisende hulp contact buiten de SEH, elders in het ziekenhuis (190016)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.


b. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend. &nbsp;
2024: [[NR/REG-2403a#page32|NR/REG-2403a art. 24 lid 17 en 18]]


3. Een nieuw te openen zorgtraject voldoet aan de volgende voorwaarden:


*er is sprake van een behandelrelatie voor de zorgvraag tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt zoals beschreven in de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO).
Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende dbc-zorgproductgroep worden gedeclareerd.
*de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor de anamnese en diagnosestelling. Dit blijkt uit het medisch dossier. &nbsp;


4. Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme
Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.


a. Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.
Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker of stamceltransplantatie bij niet-maligne aandoeningen (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.


b. Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7).
2024: [[NR/REG-2403a#page58|NR/REG-2403a art. 33 lid 10, 11 en 12]]
|}


{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em"
|-
! 2025
|-
|''Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)''
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.
<br/>2. Multidisciplinaire behandeling
*Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
*Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.
3. Een nieuw te openen zorgtraject voldoet aan de volgende voorwaarden:
*er is sprake van een behandelrelatie voor de zorgvraag tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt zoals beschreven in de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO).
*de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor de anamnese en diagnosestelling. Dit blijkt uit het medisch dossier.
4. Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme
*Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.
*Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de 'Diagnose Combinatie Tabel' (bijlage bij deze regeling).
c. Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
c. Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
 
*Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de 'Diagnose Combinatie Tabel' (bijlage bij deze regeling).
*Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7).
*Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
*Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
*Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
*Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
*Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of klinische medebehandeling.
*Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of medebehandeling.
*Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
*Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
*Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
*Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
*Bij de diagnosen voor ‘ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling.
*Bij de diagnosen voor 'ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling.
*Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties. &nbsp;
*Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich bevalling gerelateerde posttraumatische stressklachten of een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties
d. Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
*Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
*Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.
e. Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKION-stratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.
<br/>f. Bij chronische zorg met thuisbeademing mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven geopend worden.
<br/>g. Bij chronische dialyse mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven geopend worden. Indien een patiënt tijdelijk dialyseert in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt regulier in behandeling is, mogen beide instellingen een eigen zorgtraject openen.
<br/>h. Een orgaantransplantatietraject kan parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening worden geopend. Een zorgvraag maakt onderdeel uit van het transplantatiezorgtraject wanneer aan de volgende criteria voldaan is:
*de transplantatiespecialist treedt op als hoofdbehandelaar; en
*er is sprake van een direct oorzakelijk verband met de transplantatie; en
*de transplantatie gerelateerde zorgvraag doet zich voor tijdens de looptijd van het operatieve fase 2 subtraject of binnen het eerst geopende nazorgtraject van 120 dagen.
i. Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend.
<br/>j. Bij radiotherapie kan een parallel zorgtraject geopend worden bij:
*Combinatiebehandelingen<br/>Voor combinatiebehandelingen van tele-, brachytherapie en/of hyperthermie wordt per soort behandeling een afzonderlijk (parallel) traject geopend.
*Uitwendige bestraling<br/>Voor uitwendige bestraling geldt dat parallelle zorgtrajecten zijn toegestaan, voor zover er sprake is van meerdere doelgebieden die niet in één bestralingsplan te omvatten zijn. Behandeling van twee ISO-centra betekent twee zorgtrajecten.
*Protonentherapie<br/>Bij start protonentherapie.
k. Voor immuun effectorcel therapie wordt alleen voor de onderstaande situaties een parallel zorgtraject geopend:
*Bij kinderen met een SKION-stratificatie wordt voor de gehele immuun effectorceltherapie een parallel zorgtraject geopend.
*Voor patiënten zonder SKION-stratificatie wordt alleen een parallel zorgtraject geopend voor de screeningsfase. Dit zorgtraject wordt getypeerd met de diagnose behorende  bij de onderliggende zorgvraag.
l. Voor de behandeling van wonden in een gespecialiseerd brandwondencentrum wordt een apart zorgtraject geopend.


d. Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject&nbsp; geopend worden:
5. Voor een medebehandeling in het kader van een zorgvraag voor orgaantransplantatie (exclusief hart-/ long-/ hartlongtransplantatie) wordt geen apart zorgtraject geopend. De zorgactiviteit(en) voor de medebehandeling word(t)(en) geregistreerd in het al openstaande zorgtraject voor de zorgvraag voor orgaantransplantatie.


*Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
2025: [[Regeling medisch-specialistische zorg 2025#page14|Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 5]]
*Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start. &nbsp;


e. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, wordt voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. &nbsp;


f. Bij chronische zorg met thuisbeademing mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven geopend worden. &nbsp;
''Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.


g. Bij chronische dialyse mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven geopend worden. &nbsp;
''Spoedeisende hulp contact buiten de SEH, elders in het ziekenhuis (190016)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.


h. Een orgaantransplantatietraject kan parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening worden geopend. Een zorgvraag maakt onderdeel uit van het transplantatiezorgtraject wanneer aan de volgende criteria voldaan is: • de transplantatiespecialist treedt op als hoofdbehandelaar; en • er is sprake van een direct oorzakelijk verband met de transplantatie; en • de transplantatie gerelateerde zorgvraag doet zich voor tijdens de looptijd van het operatieve fase 2 subtraject of binnen het eerst geopende nazorgtraject van 120 dagen. &nbsp;
2025: [[Regeling medisch-specialistische zorg 2025#page34|Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 24 lid 17 en 18]]


i. Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend. &nbsp;


j. Bij radiotherapie kan een parallel zorgtraject geopend worden bij: • Combinatiebehandelingen Voor combinatiebehandelingen van tele-, brachytherapie en/of hyperthermie wordt per soort behandeling een afzonderlijk (parallel) traject geopend. • Uitwendige bestraling Voor uitwendige bestraling geldt dat parallelle zorgtrajecten zijn toegestaan, voor zover er sprake is van meerdere doelgebieden die niet in één bestralingsplan te omvatten zijn. Behandeling van twee ISO centra betekent twee zorgtrajecten.
Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende dbc-zorgproductgroep worden gedeclareerd.


2020: [[NR/REG-2001a#page15|NR/REG2001a art. 5]]
Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
 
''Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.
 
''Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis (190016)''<br/>Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.


2020: [[NR/REG-2001a#page47|Nr/REG-2001a art. 24 lid 17 en 18]]
Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker of stamceltransplantatie bij niet-maligne aandoeningen (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.


2025: [[Regeling medisch-specialistische zorg 2025#page60|Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 33 lid 10, 11 en 12]]
|}
|}


Regel 198: Regel 348:
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:


#Er wordt binnen deze norm rekening gehouden met D.P.A.99.188, er worden dan ook geen acties getoond wanneer het openen van een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen inwendige geneeskunde en longziekte.<br/>Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor longgeneeskunde of interne geneeskunde een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject pneumonie met zorgproduct 109999067 t/m 109999074 of tbc met zorgproducten 019999052 t/m 019999058 betreft, worden er geen acties getoond.
#Aanleiding voor het ontwikkelen van deze norm is dat per 2020 de Wet- en regelgeving omtrent het openen van een eigen zorgtraject versoepeld is. Hierdoor worden minder ondersteunende (Q-trajecten bij HiX) trajecten vanuit de SEH ontstaan. Daarom is ervoor gekozen op deze normen bewust ondersteunende trajecten wel te signaleren, de verwachting is namelijk dat voor een groot deel er wel eigen DBC's geopend kunnen worden. De oplosser van de acties zal inhoudelijk moeten beoordelen of er sprake is geweest van eigen anamnese en diagnosestelling.
#Er wordt binnen deze norm rekening gehouden met D.P.A.99.188, er worden dan ook geen acties getoond wanneer het openen van een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen inwendige geneeskunde en longziekte.<br />Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor longgeneeskunde of interne geneeskunde een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject pneumonie met zorgproduct 109999067 t/m 109999074 of tbc met zorgproducten 019999052 t/m 019999058 betreft, worden er geen acties getoond.
#Er wordt binnen deze norm rekening gehouden met D.P.A.99.75, er worden dan ook geen acties getoond wanneer het openen van een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen kindergeneeskunde en neurologie.<br/>Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor kindergeneeskunde of neurologie een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject epilepsie met zorgproduct 069899 of van eenzelfde zorgvraag kinderneurologie 991630 betreft, worden er geen acties getoond.
#Er wordt binnen deze norm rekening gehouden met D.P.A.99.75, er worden dan ook geen acties getoond wanneer het openen van een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen kindergeneeskunde en neurologie.<br/>Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor kindergeneeskunde of neurologie een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject epilepsie met zorgproduct 069899 of van eenzelfde zorgvraag kinderneurologie 991630 betreft, worden er geen acties getoond.
#Er wordt binnen deze norm rekening gehouden indien een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen interne, kindergeneeskunde of radiotherapie, er worden dan ook geen acties getoond.<br/>Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor interne, kindergeneeskunde of radiotherapie een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject behandeling van kanker met zorgproducten 219899046 t/m 219899049 betreft, worden er geen acties getoond.
#Er wordt binnen deze norm rekening gehouden indien een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen interne, kindergeneeskunde of radiotherapie, er worden dan ook geen acties getoond.<br/>Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor interne, kindergeneeskunde of radiotherapie een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject behandeling van kanker met zorgproducten 219899046 t/m 219899049 betreft, worden er geen acties getoond.
#De specialismes Anesthesiologie en Radiologie worden uitgesloten van signalering. Deze specialismen zijn (in de regel) ondersteunend op de SEH, daarom wordt hier geen eigen DBC verwacht.
#Deze norm is ontwikkeld vanwege wijzigingen in de wet- en regelgeving in 2020, daarom is de default ingangsdatum van deze norm 01-01-2020 en tonen we alleen wet- en regelgeving vanaf 2020.
#Deze norm is ontwikkeld vanwege wijzigingen in de wet- en regelgeving in 2020, daarom is de default ingangsdatum van deze norm 01-01-2020 en tonen we alleen wet- en regelgeving vanaf 2020.
#''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om acties uit te sluiten op basis van uitvoerend specialisme van de zorgactiviteit. Standaard wordt specialisme Anesthesiologie en Radiologie uitgesloten. Deze specialismen zijn (in de regel) ondersteunend op de SEH, daarom wordt hier geen eigen DBC verwacht. (N4012_UITSL_UITV_SPEC)
#''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om acties uit te sluiten op basis van uitvoerend specialisme van de zorgactiviteit in combinatie met toekennend specialisme van de DBC. Standaard worden geen combinaties uitgesloten. (N4012_UITSL_SPECIALISME_KOPPEL)
#''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde diagnoses uit te sluiten van signalering, zoals diagnoses van transplantatiechirurgie. Standaard worden er geen diagnoses uitgesloten. (N4012_UITSL_SPEC_DIAG_COMBI)
#Bij het zoeken naar parallelle subtrajecten worden ATLS subtrajecten niet meegenomen als mogelijk subtraject om verrichtingen aan te koppelen. Hier is voor gekozen omdat het overhevelen van zorgactiviteiten bij de ATLS subtrajecten voor uitval zorgde en/of doordat de overgehevelde zorgactiviteiten niet passend waren bij de zorg die in het kader van ATLS is geleverd.


===== Programmeerbare norm =====
===== Programmeerbare norm =====
Regel 208: Regel 362:
Er is sprake van “{{BASEPAGENAME}}” als aan de volgende selectie is voldaan:
Er is sprake van “{{BASEPAGENAME}}” als aan de volgende selectie is voldaan:


{| style="line-height: 21px; width: 597px" cellspacing="10" cellpadding="0" border="0" align="center"
{| style="line-height: 21px; width: 597px" cellspacing="10" cellpadding="0" border="0" align="center"
|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |  
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |  
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">1) Alle zorgactiviteiten spoedeisende hulp contacten (190015 en 190016) uitgevoerd door een zorgverlener die de poortfunctie vervult</span>
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">1) Alle zorgactiviteiten spoedeisende hulp contacten (190015 en 190016) uitgevoerd door een zorgverlener die de poortfunctie vervult</span>


|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle" | {{BlauwePijl}}<br/>
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle" | {{BlauwePijl}}<br/>
|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |  
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |  
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">2) De zorgactiviteit is gekoppeld aan een zorgtraject met een ander uitvoerend specialisme</span>
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">2) De zorgactiviteit is gekoppeld aan een subtraject met een ander uitvoerend specialisme</span>


|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle" | {{BlauwePijl}}<br/>
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle" | {{BlauwePijl}}<br/>
|-
|-
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |  
! scope="col" style="text-align: center; vertical-align: middle; background-color: rgb(173, 216, 230)" |  
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">3) Er is geen sprake van parallelliteit binnen de volgende specialismen<br/>- inwendige geneeskunde en longziekten bij het openen van een nieuw subtraject (D.P.A.99.188)<br/>- kindergeneeskunde en neurologie bij het openen van een nieuw subtraject (D.P.A.99.75)<br/>- interne geneeskunde, kindergeneeskunde of radiotherapie bij het openen van een nieuw subtraject als het bestaande subtraject de behandeling van kanker betreft</span>
<span style="color: rgb(0, 0, 205)">3) Er is geen sprake van parallelliteit binnen de volgende specialismen:<br/>- inwendige geneeskunde en longziekten bij het openen van een nieuw subtraject (D.P.A.99.188)<br/>- kindergeneeskunde en neurologie bij het openen van een nieuw subtraject (D.P.A.99.75)<br/>- interne geneeskunde, kindergeneeskunde of radiotherapie bij het openen van een nieuw subtraject als het bestaande subtraject de behandeling van kanker betreft</span>


|}
|}