Zorgplan - Client zonder door client of vertegenwoordiger ondertekend zorgplan (R45248)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

ValueCarelogo2022.png

Referentienummer: R45248
Behoort tot Normenkader ValueCare

GHZ-VVT Productieverantwoording

  1. GHZ-VVT Productieverantwoording 2022 - Zorgplan
  2. GHZ-VVT Productieverantwoording 2021 - Zorgplan
  3. GHZ-VVT Productieverantwoording 2020 - Zorgplan
Samenvatting

Cliënten/vertegenwoordigers van cliënten moeten betrokken zijn bij het opstellen en wijzigen van een zorgplan. Ondertekening wordt gezien als akkoord op de afspraken over de te verlenen zorg. Daarom gebruiken veel instellingen dit als waarborging voor deze eis, echter is een handtekening niet verplicht. In deze controle wordt gekeken of er een plan is waarbij een handtekening van de cliënt of de vertegenwoordiger van de cliënt aanwezig is.

Risico

Zorg leveren zonder dat cliënt en medewerker akkoord zijn met zorgplan.

Regelgeving / beleid
2020
Het ondertekenen van het zorgplan is niet wettelijk verplicht
De zorgaanbieder vraagt de cliënt vaak het zorgplan te ondertekenen, maar deze verplichting volgt niet uit de wet.

2020: Vilans, kenniscentrum langdurige zorg - Wettelijk verplichte registraties voor zorgmedewerkers in de langdurige intramurale ouderenzorg, p. 15


Zorgkantoren eisen wél dat de zorgaanbieder aantoonbaar moet kunnen laten zien dat het zorgplan met de zorgvrager is besproken bij aanvang van de zorg en de evaluatie van het zorgplan.

2020: Zorg voor beter - Ben ik verplicht om het zorgplan bij elke wijziging te laten ondertekenen door de cliënt?



Wet langdurige zorg

Zorgplan: schriftelijk of elektronisch als zodanig vastgelegde uitkomsten van hetgeen met de verzekerde dan wel een vertegenwoordiger van de verzekerde is besproken met betrekking tot de in artikel 8.1.1 genoemde onderwerpen.

2020: Wet langdurige zorg, art. 1.1.1

De verzekerde aan wie een zorgaanbieder zorg verleent, anders dan op grond van artikel 3.3.3, heeft er recht op dat de zorgaanbieder vóór, dan wel zo spoedig mogelijk na de aanvang van de zorgverlening een bespreking met hem organiseert teneinde afspraken te maken over:

  • de doelen die met betrekking tot de zorgverlening voor een bepaalde periode worden gesteld, en de wijze waarop de zorgaanbieder en de verzekerde de gestelde doelen trachten te bereiken;
  • de zorgverleners die voor de verschillende onderdelen van de zorgverlening verantwoordelijk zijn, de wijze waarop afstemming tussen die zorgverleners plaatsvindt, en wie de verzekerde op die afstemming kan aanspreken;
  • de wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen;
  • de frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder een en ander met de verzekerde zal worden geëvalueerd en geactualiseerd.

De zorgaanbieder legt binnen zes weken na aanvang van de zorgverlening, onderscheidenlijk een evaluatie en actualisatie, de uitkomsten van de in artikel 8.1.1 bedoelde bespreking vast in een zorgplan en verstrekt terstond een afschrift van het zorgplan aan de verzekerde of aan een vertegenwoordiger.

2020: Wet langdurige zorg, art. 8.1.1 lid 1 & art. 8.1.3 lid 1



Jeugdwet

Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;

Hulpverleningsplan: plan betreffende de verlening van jeugdhulp als bedoeld in artikel 4.1.3 en hoofdstuk 6;

2020: Jeugdwet art. 1.1

Bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen biedt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als eerste de mogelijkheid om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Het voorgaande is niet van toepassing op de gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert of die de voogdij uitoefent in het geval dat het gezag van de ouders is beëindigd. Slechts indien de ouders aan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te kennen hebben gegeven dat zij geen gebruik wensen te maken van de in de eerste zin bedoelde mogelijkheid, concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind hiertoe aanleiding geven of de belangen van het kind anderszins geschaad worden, kan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling hiervan afzien. Hulpverleningsplan:

  1. In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder plan: hulpverleningsplan of plan van aanpak.
  2. Indien afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan omvat het uitvoeren van artikel 4.1.1 het werken op basis van een plan waarover is overlegd met de jeugdige en de ouders en dat is afgestemd op de behoeften van de jeugdige.
  3. Indien sprake is van pleegzorg vindt over het plan tevens overleg met de betrokken pleegouder plaats.
  4. Tenzij het de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering of gesloten jeugdhulp betreft, kan het plan mondeling overeen worden gekomen met de jeugdige en de ouders. Indien de jeugdige, een van de ouders of de jeugdhulpaanbieder dat wenst, wordt het plan binnen veertien dagen op schrift gesteld.
  5. Het plan wordt vastgesteld uiterlijk binnen zes weken nadat is komen vast te staan dat afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan.
  6. Indien het plan betrekking heeft op pleegzorg, behoeft het plan de instemming van de pleegouder, voor zover het betreft de omschrijving daarin van zijn rol in het hulpverleningsproces en van de wijze waarop de begeleiding door de pleegzorgaanbieder plaatsvindt.

2020: Jeugdwet art. 4.1.2. & art. 4.1.3



Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.

2020: WMO, art. 2.3.2



Zorgverzekeringswet
1.1 Indiceren: onafhankelijk, onbevooroordeeld en onderbouwd

De onafhankelijkheid van een indicatie wordt ontleend aan het beroep (autonome beroeps-professional) en de beroepsnormen. Dit houdt in een inhoudelijke (professionele) onafhankelijkheid waarbij de wijkverpleegkundige zich niet laat leiden door budgetverwachtingen van zorgvrager, werkgever en/of zorgverzekeraar. Onbevooroordeeld komt voort uit de beroepsethiek en is beschreven in de beroepscode. Een onderbouwde indicatie omvat minimaal de stappen 1 tot en met 4 van het verpleegkundig proces.
Een indicatie maakt duidelijk wat de zorgbehoefte is. Een indicatie is altijd maatwerk, afgestemd mét de zorgvrager, op basis van diens zorgvragen én diens context. Essentieel is dat een indicatie niet een inventarisatie is van één moment, maar dat het een continue proces is waar verpleegkundige diagnoses en gewenste resultaten (zorgdoelen) worden gesteld en bijgesteld, met daarop aansluitende ‘evidence based practice’ (EBP)2 interventies en hoe dit alles is te organiseren. De wijkverpleegkundige onderbouwt indien EBP interventies niet passend zijn in deze situatie. Het is de professionaliteit van de wijkverpleegkundige om die interventies in te zetten en uit te (laten) voeren die bijdragen aan het behalen van de gewenste resultaten (zorgdoelen). Interventies die haalbaar zijn gegeven de situatie én bij-dragen aan kwaliteit van leven en het dagelijks functioneren van de zorgvrager (ZN et al., 2018). Waarbij de wijkverpleegkundige, in overleg met de zorgvrager en eventueel het net-werk, afstemt wie wat doet en bij welke wettelijke kaders de gekozen interventies horen.

2020: Zorginstituut Nederland, Verpleegkundige indicatiestelling; een nadere duiding, p.34

2021
Het ondertekenen van het zorgplan is niet wettelijk verplicht
De zorgaanbieder vraagt de cliënt vaak het zorgplan te ondertekenen, maar deze verplichting volgt niet uit de wet.

2021: Vilans, kenniscentrum langdurige zorg - Wettelijk verplichte registraties voor zorgmedewerkers in de langdurige intramurale ouderenzorg, p. 15


Zorgkantoren eisen wél dat de zorgaanbieder aantoonbaar moet kunnen laten zien dat het zorgplan met de zorgvrager is besproken bij aanvang van de zorg en de evaluatie van het zorgplan.

2021: Zorg voor beter - Ben ik verplicht om het zorgplan bij elke wijziging te laten ondertekenen door de cliënt?



Wet langdurige zorg

Zorgplan: schriftelijk of elektronisch als zodanig vastgelegde uitkomsten van hetgeen met de verzekerde dan wel een vertegenwoordiger van de verzekerde is besproken met betrekking tot de in artikel 8.1.1 genoemde onderwerpen.

2021: Wet langdurige zorg, art. 1.1.1

De verzekerde aan wie een zorgaanbieder zorg verleent, anders dan op grond van artikel 3.3.3, heeft er recht op dat de zorgaanbieder vóór, dan wel zo spoedig mogelijk na de aanvang van de zorgverlening een bespreking met hem organiseert teneinde afspraken te maken over:

  • de doelen die met betrekking tot de zorgverlening voor een bepaalde periode worden gesteld, en de wijze waarop de zorgaanbieder en de verzekerde de gestelde doelen trachten te bereiken;
  • de zorgverleners die voor de verschillende onderdelen van de zorgverlening verantwoordelijk zijn, de wijze waarop afstemming tussen die zorgverleners plaatsvindt, en wie de verzekerde op die afstemming kan aanspreken;
  • de wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen;
  • de frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder een en ander met de verzekerde zal worden geëvalueerd en geactualiseerd.

De zorgaanbieder legt binnen zes weken na aanvang van de zorgverlening, onderscheidenlijk een evaluatie en actualisatie, de uitkomsten van de in artikel 8.1.1 bedoelde bespreking vast in een zorgplan en verstrekt terstond een afschrift van het zorgplan aan de verzekerde of aan een vertegenwoordiger.

2021: Wet langdurige zorg, art. 8.1.1 lid 1 & art. 8.1.3 lid 1



Jeugdwet

Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;

Hulpverleningsplan: plan betreffende de verlening van jeugdhulp als bedoeld in artikel 4.1.3 en hoofdstuk 6;

2021: Jeugdwet art. 1.1

Bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen biedt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als eerste de mogelijkheid om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Het voorgaande is niet van toepassing op de gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert of die de voogdij uitoefent in het geval dat het gezag van de ouders is beëindigd. Slechts indien de ouders aan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te kennen hebben gegeven dat zij geen gebruik wensen te maken van de in de eerste zin bedoelde mogelijkheid, concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind hiertoe aanleiding geven of de belangen van het kind anderszins geschaad worden, kan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling hiervan afzien. Hulpverleningsplan:

  1. In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder plan: hulpverleningsplan of plan van aanpak.
  2. Indien afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan omvat het uitvoeren van artikel 4.1.1 het werken op basis van een plan waarover is overlegd met de jeugdige en de ouders en dat is afgestemd op de behoeften van de jeugdige.
  3. Indien sprake is van pleegzorg vindt over het plan tevens overleg met de betrokken pleegouder plaats.
  4. Tenzij het de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering of gesloten jeugdhulp betreft, kan het plan mondeling overeen worden gekomen met de jeugdige en de ouders. Indien de jeugdige, een van de ouders of de jeugdhulpaanbieder dat wenst, wordt het plan binnen veertien dagen op schrift gesteld.
  5. Het plan wordt vastgesteld uiterlijk binnen zes weken nadat is komen vast te staan dat afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan.
  6. Indien het plan betrekking heeft op pleegzorg, behoeft het plan de instemming van de pleegouder, voor zover het betreft de omschrijving daarin van zijn rol in het hulpverleningsproces en van de wijze waarop de begeleiding door de pleegzorgaanbieder plaatsvindt.

2021: Jeugdwet art. 4.1.2. & art. 4.1.3



Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.

2021: WMO, art. 2.3.2



Zorgverzekeringswet
1.1 Indiceren: onafhankelijk, onbevooroordeeld en onderbouwd

De onafhankelijkheid van een indicatie wordt ontleend aan het beroep (autonome beroeps-professional) en de beroepsnormen. Dit houdt in een inhoudelijke (professionele) onafhankelijkheid waarbij de wijkverpleegkundige zich niet laat leiden door budgetverwachtingen van zorgvrager, werkgever en/of zorgverzekeraar. Onbevooroordeeld komt voort uit de beroepsethiek en is beschreven in de beroepscode. Een onderbouwde indicatie omvat minimaal de stappen 1 tot en met 4 van het verpleegkundig proces.
Een indicatie maakt duidelijk wat de zorgbehoefte is. Een indicatie is altijd maatwerk, afgestemd mét de zorgvrager, op basis van diens zorgvragen én diens context. Essentieel is dat een indicatie niet een inventarisatie is van één moment, maar dat het een continue proces is waar verpleegkundige diagnoses en gewenste resultaten (zorgdoelen) worden gesteld en bijgesteld, met daarop aansluitende ‘evidence based practice’ (EBP)2 interventies en hoe dit alles is te organiseren. De wijkverpleegkundige onderbouwt indien EBP interventies niet passend zijn in deze situatie. Het is de professionaliteit van de wijkverpleegkundige om die interventies in te zetten en uit te (laten) voeren die bijdragen aan het behalen van de gewenste resultaten (zorgdoelen). Interventies die haalbaar zijn gegeven de situatie én bij-dragen aan kwaliteit van leven en het dagelijks functioneren van de zorgvrager (ZN et al., 2018). Waarbij de wijkverpleegkundige, in overleg met de zorgvrager en eventueel het net-werk, afstemt wie wat doet en bij welke wettelijke kaders de gekozen interventies horen.

2021: Zorginstituut Nederland, Verpleegkundige indicatiestelling; een nadere duiding, p.34

2022
Het ondertekenen van het zorgplan is niet wettelijk verplicht
De zorgaanbieder vraagt de cliënt vaak het zorgplan te ondertekenen, maar deze verplichting volgt niet uit de wet.

2022: Vilans, kenniscentrum langdurige zorg - Wettelijk verplichte registraties voor zorgmedewerkers in de langdurige intramurale ouderenzorg, p. 15


Zorgkantoren eisen wél dat de zorgaanbieder aantoonbaar moet kunnen laten zien dat het zorgplan met de zorgvrager is besproken bij aanvang van de zorg en de evaluatie van het zorgplan.

2022: Zorg voor beter - Ben ik verplicht om het zorgplan bij elke wijziging te laten ondertekenen door de cliënt?


Wet langdurige zorg
Zorgplan: schriftelijk of elektronisch als zodanig vastgelegde uitkomsten van hetgeen met de verzekerde dan wel een vertegenwoordiger van de verzekerde is besproken met betrekking tot de in artikel 8.1.1 genoemde onderwerpen.

2022: Wet langdurige zorg, art. 1.1.1

De verzekerde aan wie een zorgaanbieder zorg verleent, anders dan op grond van artikel 3.3.3, heeft er recht op dat de zorgaanbieder vóór, dan wel zo spoedig mogelijk na de aanvang van de zorgverlening een bespreking met hem organiseert teneinde afspraken te maken over:

  • De doelen die met betrekking tot de zorgverlening voor een bepaalde periode worden gesteld, en de wijze waarop de zorgaanbieder en de verzekerde de gestelde doelen trachten te bereiken;
  • De zorgverleners die voor de verschillende onderdelen van de zorgverlening verantwoordelijk zijn, de wijze waarop afstemming tussen die zorgverleners plaatsvindt, en wie de verzekerde op die afstemming kan aanspreken;
  • De wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen;
  • De frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder een en ander met de verzekerde zal worden geëvalueerd en geactualiseerd.

De zorgaanbieder legt binnen zes weken na aanvang van de zorgverlening, onderscheidenlijk een evaluatie en actualisatie, de uitkomsten van de in artikel 8.1.1 bedoelde bespreking vast in een zorgplan en verstrekt terstond een afschrift van het zorgplan aan de verzekerde of aan een vertegenwoordiger.

2022: Wet langdurige zorg, art. 8.1.1 en 8.1.3 lid 1


Jeugdwet
familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;

2022: Jeugdwet, art. 1.1

Bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen biedt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als eerste de mogelijkheid om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Het voorgaande is niet van toepassing op de gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert of die de voogdij uitoefent in het geval dat het gezag van de ouders is beëindigd. Slechts indien de ouders aan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te kennen hebben gegeven dat zij geen gebruik wensen te maken van de in de eerste zin bedoelde mogelijkheid, concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind hiertoe aanleiding geven of de belangen van het kind anderszins geschaad worden, kan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling hiervan afzien.

  1. In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder plan: hulpverleningsplan of plan van aanpak.
  2. Indien afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan omvat het uitvoeren van artikel 4.1.1 het werken op basis van een plan waarover is overlegd met de jeugdige en de ouders en dat is afgestemd op de behoeften van de jeugdige.
  3. Indien sprake is van pleegzorg vindt over het plan tevens overleg met de betrokken pleegouder plaats.
  4. Tenzij het de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering of gesloten jeugdhulp betreft, kan het plan mondeling overeen worden gekomen met de jeugdige en de ouders. Indien de jeugdige, een van de ouders of de jeugdhulpaanbieder dat wenst, wordt het plan binnen veertien dagen op schrift gesteld.
  5. Het plan wordt vastgesteld uiterlijk binnen zes weken nadat is komen vast te staan dat afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan.
  6. Indien het plan betrekking heeft op pleegzorg, behoeft het plan de instemming van de pleegouder, voor zover het betreft de omschrijving daarin van zijn rol in het hulpverleningsproces en van de wijze waarop de begeleiding door de pleegzorgaanbieder plaatsvindt.

2022: Jeugdwet, art. 4.1.2 en 4.1.3


Wet maatschappelijke ondersteuning
Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.

2022: WMO, art. 2.3.2



Zorgverzekeringswet
1.1 Indiceren: onafhankelijk, onbevooroordeeld en onderbouwd

De onafhankelijkheid van een indicatie wordt ontleend aan het beroep (autonome beroeps-professional) en de beroepsnormen. Dit houdt in een inhoudelijke (professionele) onafhankelijkheid waarbij de wijkverpleegkundige zich niet laat leiden door budgetverwachtingen van zorgvrager, werkgever en/of zorgverzekeraar. Onbevooroordeeld komt voort uit de beroepsethiek en is beschreven in de beroepscode. Een onderbouwde indicatie omvat minimaal de stappen 1 tot en met 4 van het verpleegkundig proces.
Een indicatie maakt duidelijk wat de zorgbehoefte is. Een indicatie is altijd maatwerk, afgestemd mét de zorgvrager, op basis van diens zorgvragen én diens context. Essentieel is dat een indicatie niet een inventarisatie is van één moment, maar dat het een continue proces is waar verpleegkundige diagnoses en gewenste resultaten (zorgdoelen) worden gesteld en bijgesteld, met daarop aansluitende ‘evidence based practice’ (EBP)2 interventies en hoe dit alles is te organiseren. De wijkverpleegkundige onderbouwt indien EBP interventies niet passend zijn in deze situatie. Het is de professionaliteit van de wijkverpleegkundige om die interventies in te zetten en uit te (laten) voeren die bijdragen aan het behalen van de gewenste resultaten (zorgdoelen). Interventies die haalbaar zijn gegeven de situatie én bij-dragen aan kwaliteit van leven en het dagelijks functioneren van de zorgvrager (ZN et al., 2018). Waarbij de wijkverpleegkundige, in overleg met de zorgvrager en eventueel het net-werk, afstemt wie wat doet en bij welke wettelijke kaders de gekozen interventies horen.

2022: Zorginstituut Nederland, Verpleegkundige indicatiestelling; een nadere duiding, p.34

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Cliënten die geen actief zorgplan hebben, worden gesignaleerd op de R45250 - Cliënt in zorg zonder zorgplan
  2. Deze controle neemt zorgplannen mee met een geldige/juiste status. Wat gezien wordt als juiste status wordt aangegeven op de R45250 - Cliënt in zorg zonder zorgplan.
  3. ValueCare kijkt niet naar de inhoud van het zorgplan, maar alleen naar de aanwezigheid van de handtekening
  4. Instellingen hanteren verschillende namen voor het zorgplan, de volgende namen kunnen voorkomen; ondersteuningsplan, zorgleefplan, revalidatieplan, verpleegplan, persoonlijk ontwikkelingsplan, individueel plan, behandelplan, zorgplan.
Instelbaar

De volgende zaken zijn instelbaar:

  1. Vanaf welke datum zorgplannen worden gesignaleerd. Standaard worden alle zorgplannen meegenomen.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Zorgplan - Client zonder door client of vertegenwoordiger ondertekend zorgplan (R45248)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle cliënten in zorg

Blauwepijl.png

2) Er is een actief zorgplan aanwezig

Blauwepijl.png

3) Er is geen zorgplan ondertekend door de cliënt of vertegenwoordiger van de cliënt gedurende de laatste zorgperiode


Controlemassa data-analyse

Uitkomst data-analyse

Logica: 1 en 2 en 3

Berekening financiële impact

Zie GHZ-VVT Financiële impactbepaling - Vast bedrag per actie

ValueCarelogo2022.png