ZT11 met oncologische diagnose, met oncologische behandeling en behandeling heeft niet plaatsgevonden op openingsdatum ZT11 (N0991)

Uit normenkaderzorg.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

ValueCareLogo2.png

Referentienummer: N0991
Behoort tot Normenkader ValueCare

Gecertificeerde controles

  1. Circa 300 gecertificeerde controles - Normenkader - Subtrajecten - Openen en sluiten (R06412)

Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid

  1. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2020 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  2. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2019 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  3. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2018 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  4. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2017 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  5. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2016 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  6. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2015 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  7. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2014 - Subtrajecten – Openen en sluiten
Samenvatting

ZT11 met oncologische diagnose, met oncologische behandeling en behandeling heeft niet plaatsgevonden op openingsdatum ZT11.

Regelgeving / beleid
2015
  • chemo-immunotherapie;
  • immunotherapie;
  • chemotherapie bij acute leukemie;
  • chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren

 

Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11)  subtrajecten. Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

 

Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten Behandeling binnen een klinisch subtraject:  Een klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:

  • een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
  • een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
  • een nieuwe toediening in een niet klinische setting(dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.

 

Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.

 

Toelichting

Voor het afsluiten van een klinisch subtraject met medicinale behandeling per infuus of injectie - behalve bij acute leukemie - waarbij géén nieuwe toediening binnen 42 dagen na ontslag plaatsvindt gelden de algemene afsluitregels

 

Voor orale oncologische medicatie gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 10.1). Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt vervolgd door een chemotherapie of wanneer van

orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie. Dus afsluiten 42 dagen na ontslag uit de kliniek tenzij:

  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
  • Behandeling binnen een niet klinisch subtraject:

Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit geldt niet indien er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.

Voor orale oncologische medicatie geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit19 binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt vervolgd door een chemotherapie of wanneer van orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie. Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandeling per

infuus of injectie van acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het subtraject ZT21 gesloten op iedere 30ste behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging dag) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest.

Zie ook: DBC Onderhoud Registratieregels Versie 20141113 (2015), Versie 20140501 (2014), Versie 20120927 (2013)

2016
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKIONstratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

b. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, dient voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose te worden geopend.

c. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11)subtrajecten
Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

d. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten
Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:

  • een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
  • een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
  • een nieuwe toediening in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.

Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:

  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.

Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Voor orale oncologische medicatie geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het subtraject ZT21 gesloten op iedere 30ste behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging dag) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest.

2016: NR/CU-266 art. 19 lid 1

2017
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

b. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, dient voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose te worden geopend.

c. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten; Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

d. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten; Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:

  • een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
  • een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
  • een nieuwe toediening in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.

Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:

  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.

Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.

Voor orale oncologische medicatie geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/ toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.

Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het subtraject ZT21 gesloten op iedere 30ste behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging dag) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest.

2017: NR/REG-1732 art. 19 lid 1

2018
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

b. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, dient voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose te worden geopend.

c. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten;
Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

d. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten;
Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:

  • een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
  • een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
  • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
    Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
    Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
    Voor orale oncologische medicatie geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/ toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend

Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het subtraject ZT21 gesloten op iedere 30ste behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging dag) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest.

2018: NR/REG-1816 art. 19 lid 1

2019
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

b. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, wordt voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.

c. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten;
Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

d. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten;
Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:

  • een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
  • een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
  • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
    Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
    Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (behalve bij acute leukemie) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
    Voor orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend

Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerst 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.

2019: NR/REG-1907a art. 19 lid 1

2020
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

b. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten;

  • Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
    • een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
    • een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
    • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
      Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
      In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
      Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (behalve bij acute leukemie) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
      Voor orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of Regeling medisch-specialistische zorg - NR/REG-2001a Pagina 31 van 110 injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.
  • Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.

2020: NR/REG-2001a art. 19 lid 1

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Acties waarbij binnen de DBC een SKION zorgactiviteit is geregistreerd (o.b.v. afsluitregel 1.0316.2 of 1.0000.11) worden niet meegenomen. De reden hiervoor is dat DBC's met een SKION zorgactiviteit altijd 120 dagen openstaan.
  2. Acties waarbij sprake is van stamcel-transplantaties zijn in de nieuwere sluitregels niet meegenomen door de volgende conditie: "en geen ZA uit groep 11". Deze trajecten worden niet gesignaleerd.
  3. Oncologische behandeling wordt als volgt gedefinieerd:
Per 2019 (conform de RZ19b):
  • Voor diagnoses met afsluitregel 1.0000.1 uit groep 1: zorgactiviteiten uit groep 3 t/m 9 met afsluitregel 1.0000.1
  • Voor diagnoses met afsluitregel 1.0000.1 uit groep 2: zorgactiviteiten uit groep 10 met afsluitregel 1.0000.1
T/m 2018:
  • Voor diagnoses met afsluitregel 1.0000.1 uit groep 1 en 2: zorgactiviteiten uit groep 3 t/m 10 met afsluitregel 1.0000.1
Programmeerbare norm

Er is sprake van  “ZT11 met oncologische diagnose, met oncologische behandeling en behandeling heeft niet plaatsgevonden op openingsdatum ZT11 (N0991)” als aan de volgende selectie is voldaan: 

1) Alle subtrajecten met ZT11 met oncologische diagnose en behandeling

(conform sluitregel 1.0000.1)

Blauwepijl.png

2) Los te factureren zorgactiviteit uitgevoerd in controlejaar of Handreikingsjaar

of

zorgactiviteit gekoppeld aan een subtraject dat gesloten wordt in controlejaar of Handreikingsjaar


Blauwepijl.png
3) ZT11 met oncologische diagnose En behandeling heeft niet plaatsgevonden op openingsdatum ZT11 en bevat geen SKION zorgactiviteit (sluitregel 1.0316.2 of 1.0000.11) en bevat geen stamcel-zorgactiviteiten (1.0000.1 groep 11)

Logica: 1 en 2 en 3

Te nemen actie

Sluit het subtraject bij de start van de tweede oncologische behandeling en open een tweede traject.

Berekening financiële impact

Zie Berekening financiële impact - Verschil waarde subtrajecten bij wijziging open- en/of sluitdata


ValueCareLogo2.png