Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie (N0184)

Uit normenkaderzorg.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

ValueCareLogo2.png

Referentienummer: N0184
Link naar Handreiking MSZ
  1. Handreiking rechtmatigheidscontroles MSZ 2015 - Controlepunt 5.8
  2. Handreiking rechtmatigheidscontroles MSZ 2014 - Controlepunt 5.9
Behoort tot Normenkader ValueCare

Gecertificeerde controles

  1. Circa 300 gecertificeerde controles - Normenkader - Overige trajecten (R06414)

Ziekenhuizen Handreiking

  1. Ziekenhuizen Handreiking 2015 - Onterecht vastleggen van een zorgactiviteit in een klinische setting
  2. Ziekenhuizen Handreiking 2014 - Onterecht vastleggen van een verpleegdag of IC-behandeldag

Handboek DOT Controleregels

  1. Handboek DOT Controleregels 2020 - D.P.A.99.90a Parallel verpleegdag zorgactiviteit
  2. Handboek DOT Controleregels 2019 - D.P.A.99.90a Parallel verpleegdag zorgactiviteit
  3. Handboek DOT Controleregels 2018 - D.P.A.99.90a Parallel verpleegdag zorgactiviteit
  4. Handboek DOT Controleregels 2017 - D.P.A.99.90a Parallel verpleegdag zorgactiviteit
  5. Handboek DOT Controleregels 2016 - D.P.A.99.90 Parallel verpleegdag zorgactiviteit
  6. Handboek DOT Controleregels 2015 - D.P.A.99.90 Parallel verpleegdag zorgactiviteit

Deze norm is vervangen door de N0923.

Samenvatting

Een registratie Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (ZA-code 190038) mag niet gelijktijdig vastgelegd worden met een verpleegdag voor dezelfde patiënt.

Regelgeving / beleid
2013 & 2014 & 2015
Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038)

Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor opname in een verpleeghuis) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.

2015: BR/CU-2136 art 13.3.4

2014: BR/CU-2111 art. 13.3.2/ Artikel 13.3.5; BR/CU-2121, BR/CU-2130BR/CU-2134 art 14.3.2/14.3.5

2013: BR/CU-2081, BR/CU-2102BR/CU-2104 art 13.3.2/13.3.5 

2016

Tijdens de ic-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd.
2016: NR/CU-266 art. 11 lid 8

Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, kunnen de opvolgende verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar.
2016: NR/CU-266 artikelsgewijs art. 5a

Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038)
Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor Wlz-zorg met verblijf) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
2016: NR/CU-266 art. 25 lid 3b

2017

Tijdens de ic-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd. Op één kalenderdag wordt óf een ic-dag óf een verpleegdag geregistreerd.
2017: NR/REG-1732 art. 11 lid 8

Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, kunnen de opvolgende verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar.
2017: NR/REG-1732 artikelsgewijs art. 5a lid 1

Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038)
Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor Wlz-zorg met verblijf) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
2017: NR/REG-1732 art. 26 lid 4b

2018

Tijdens de ic-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd. Op één kalenderdag wordt óf een ic-dag óf een verpleegdag geregistreerd.
2018: NR/REG-1816 art. 11 lid 8

Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, kunnen de opvolgende verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de `nieuwe' hoofdbehandelaar.
2018: NR/REG-1816 artikelsgewijs art. 5a lid 1

Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038)
Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor Wlz-zorg met verblijf) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
2018: NR/REG-1816 art. 26 lid 4b

2019

Tijdens de ic-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd. Op één kalenderdag wordt óf een ic-dag óf een verpleegdag geregistreerd.
2019: NR/REG-1907a art. 11 lid 8

Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden de verpleegdagen aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden de opvolgende verpleegdagen gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar.
2019: NR/REG-1907a artikelsgewijs art. 5a lid 1

Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038)
Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor Wlz-zorg met verblijf) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
2019: NR/REG-1907a art. 26 lid 4b

2020

Tijdens de ic-opnameperiode mogen geen verpleegdagen of klinische zorgdagen in de thuissituatie worden geregistreerd. Op één kalenderdag wordt óf een ic-dag óf een verpleegdag óf een klinische zorgdag in de thuissituatie geregistreerd.
2020: NR/REG-2001a art. 11 lid 8

Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden de opvolgende verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar.
2020: NR/REG-2001a artikelsgewijs art. 23 lid 7

Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038)
Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor Wlz-zorg met verblijf) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
2020: NR/REG-2001a art. 26 lid 4b

Interpretaties

Er zijn geen interpretatiekeuzes gemaakt.

Programmeerbare norm

Er is sprake van  “Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie (N0184)” als aan de volgende selectie is voldaan: 

1) Alle vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038)

Blauwepijl.png

2) Los te factureren zorgactiviteit uitgevoerd in controlejaar of handreikingsjaar

of

zorgactiviteit gekoppeld aan een subtraject dat gesloten wordt in controlejaar of handreikingsjaar

Blauwepijl.png

3) Er is een vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038) bij dezelfde patiënt op dezelfde kalenderdag geregistreerd met op dezelfde kalenderdag voor hetzelfde patiëntnummer en specialisme een verpleegdag (zpk 3)

Logica: 1 en 2 en 3 
Berekening financiële impact

De vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie (190038) wordt verwijderd. Zie Berekening financiële impact - Waarde add-on/OZP

ValueCareLogo2.png