Registratie voldoet aan de eisen van een dagverpleging of verpleegdag, zorgactiviteit gekoppeld aan ander uitvoerend specialisme (N4765)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

ValueCareLogo2.png

Referentienummer: N4765
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Diagnosebepaling - Openen behandeling
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer een dagverpleging of verpleegdag gekoppeld is aan een subtraject van een ander uitvoerend specialisme dan de gesignaleerde zorgactiviteit. Dit kan erop duiden dat de zorgactiviteit verkeerd gekoppeld is of een nieuw subtraject geopend kan worden.

Regelgeving / beleid
2020
Ondersteunend specialist

Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject.Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390).In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medischspecialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatie (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde.

2020: NR/REG-2001a art. 1 lid aa en ee


Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)

Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

Multidisciplinaire behandeling
Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.

2020: NR/REG-2001a art. 5 lid 1 en 2a


Dagverpleging (190030 en 190090)
Een aantal uren durende vorm van verpleging óf vorm van verpleging én behandeling, in het algemeen voorzienbaar en noodzakelijk in verband met het op dezelfde dag plaatsvinden van een medisch specialistisch(e) onderzoek of behandeling waarbij de verpleging plaatsvindt op een voor dagverpleging ingerichte afdeling. Er wordt maximaal één dagverpleging per specialisme per kalenderdag vastgelegd. Een dagverpleging wordt niet op dezelfde kalenderdag als een verpleegdag of klinische zorgdag in de thuissituatie geregistreerd.

Verpleegdag (190200, 190218, 194804 en 231902) Een verpleegdag is een te registreren kalenderdag bij verpleging op een voor verpleging ingerichte afdeling, loopt vanaf de opname tot en met ontslag, waarbij de dag van opname (mits deze heeft plaatsgevonden vóór 20.00 uur) en de dag van ontslag beide aangemerkt worden als een te registreren kalenderdag.
De voorwaarde ‘overnachting’ geldt niet bij:

  • een definitieve overname door een andere instelling op dag van of de dag na opname;
  • overlijden van de patiënt op dag van of de dag na opname.

Een verpleegdag mag niet geregistreerd worden wanneer een patiënt voor 20:00 uur overgeplaatst wordt naar een klinische setting in de thuissituatie.

2020: NR/REG-2001a art. 24 lid 25 en 29


Algemene registratiebepalingen
Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de klinische opname. Alle verpleegdagen die horen bij de klinische opname worden binnen hetzelfde zorgtraject aan een subtraject gekoppeld. Een uitzondering hierop is bij overdracht van het klinisch hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme. Wanneer hier vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake van is, worden de opvolgende verpleegdagen gekoppeld aan het subtraject van de overnemend hoofdbehandelaar.

2020: NR/REG-2001a art. 23 lid 7


Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende zorgproductgroep worden gedeclareerd.

Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

2020: NR/REG-2001a art. 33 lid 10, 11 en 12

2021
Ondersteunend specialist

Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject.
Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390).
In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medischspecialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatie (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde.

2021: NR/REG-2103a art. 1 lid aa en ee


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

Multidisciplinaire behandeling
Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.

2021: NR/REG-2103a art. 5 lid 1 en 2a


Dagverpleging (190030 en 190090)
Een aantal uren durende vorm van verpleging óf vorm van verpleging én behandeling, in het algemeen voorzienbaar en noodzakelijk in verband met het op dezelfde dag plaatsvinden van een medisch specialistisch(e) onderzoek of behandeling waarbij de verpleging plaatsvindt op een voor dagverpleging ingerichte afdeling. Er wordt maximaal één dagverpleging per specialisme per kalenderdag vastgelegd. Een dagverpleging wordt niet op dezelfde kalenderdag als een verpleegdag of klinische zorgdag in de thuissituatie geregistreerd.

Verpleegdag (190200, 190218, 194804 en 231902)
Een verpleegdag is een te registreren kalenderdag bij verpleging op een voor verpleging ingerichte afdeling, die deel uitmaakt van een periode van verpleging (welke minimaal één overnachting omvat). Deze periode loopt vanaf de opname tot en met ontslag, waarbij de dag van opname (mits deze heeft plaatsgevonden vóór 20.00 uur) en de dag van ontslag beide aangemerkt worden als een te registreren kalenderdag.
De voorwaarde ‘overnachting’ geldt niet bij:

  • een definitieve klinische overname door een andere instelling op dag van of de dag na opname;
  • overlijden van de patiënt op dag van of de dag na opname.

Een verpleegdag mag niet geregistreerd worden wanneer een patiënt voor 20:00 uur overgeplaatst wordt naar een klinische setting in de thuissituatie.

2021: NR/REG-2103a art. 24 lid 25 en 29


Algemene registratiebepalingen
Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de klinische opname. Alle verpleegdagen die horen bij de klinische opname worden binnen hetzelfde zorgtraject aan een subtraject gekoppeld.
Uitzonderingen hierop zijn:

  • Overdracht van het klinisch hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme. Wanneer hier vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake van is, worden de opvolgende verpleegdagen gekoppeld aan het subtraject van de overnemend hoofdbehandelaar.
  • Kinderen met een SKION-stratificatie die een allogene stamceltransplantatie ondergaan en voorafgaand aan de transplantatiefase al klinisch opgenomen zijn. De verpleegdagen worden dan vanaf de start van de conditionering aan het zorgtraject voor de stamceltransplantatie gekoppeld.

2021: NR/REG-2103a art. 23 lid 8


Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende zorgproductgroep worden gedeclareerd.

Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

2021: NR/REG-2103a art. 33 lid 10, 11 en 12

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Middels een ziekenhuis specifieke parameter is het mogelijk om Q-trajecten (voorkomend binnen HiX) te includeren. Default zijn deze uitgesloten.
  2. Middels een ziekenhuis specifieke parameter is het mogelijk om specifieke zorgactiviteiten uit te sluiten van signalering. Default worden geen zorgactiviteiten uitgesloten.
  3. Middels een ziekenhuis specifieke parameter is het mogelijk om uit te sluiten op basis van uitvoerend specialisme van de zorgactiviteit. Default worden geen specialismen uitgesloten.
  4. Er wordt binnen deze norm rekening gehouden met D.P.A.99.188, er worden dan ook geen acties getoond wanneer het openen van een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen inwendige geneeskunde en longziekte. Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor longgeneeskunde of interne geneeskunde een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject pneumonie met zorgproduct 109999067 t/m 109999074 of tbc met zorgproducten 019999052 t/m 019999058 betreft, worden er geen acties getoond. Voor 2018 worden er een aantal andere zorgproductcodes benoemd dan na 2018. Deze zorgproductcodes van voor 2018 worden ook in het script meegenomen en dit betreft zorgproducten 19999003 t/m 19999007, 19999011, 19999012, 19999015 en 19999019.
  5. Er wordt binnen deze norm rekening gehouden met D.P.A.99.75, er worden dan ook geen acties getoond wanneer het openen van een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen kindergeneeskunde en neurologie. Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor kindergeneeskunde of neurologie een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject epilepsie met zorgproduct 069899 of van eenzelfde zorgvraag kinderneurologie 991630 betreft, worden er geen acties getoond.
  6. Er wordt binnen deze norm rekening gehouden indien een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen interne, kindergeneeskunde of radiotherapie, er worden dan ook geen acties getoond. Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor interne, kindergeneeskunde of radiotherapie een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject behandeling van kanker met zorgproducten 219899046 t/m 219899049 betreft, worden er geen acties getoond.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Registratie voldoet aan de eisen van een dagverpleging of verpleegdag, zorgactiviteit gekoppeld aan ander uitvoerend specialisme (N4765)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle zorgactiviteiten dagverpleging en verpleegdag (ZPK 2 en 3)

Blauwepijl.png

2) Zorgactiviteit is gekoppeld aan een subtraject van een specialisme ongelijk aan het uitvoerend specialisme van de zorgactiviteit

Blauwepijl.png

3) Er is geen sprake van parallelliteit binnen de volgende specialismen
- inwendige geneeskunde en longziekten bij het openen van een nieuw subtraject (D.P.A.99.188)
- kindergeneeskunde en neurologie bij het openen van een nieuw subtraject (D.P.A.99.75)
- interne geneeskunde, kindergeneeskunde of radiotherapie bij het openen van een nieuw subtraject als het bestaande traject de behandeling van kanker betreft

Logica: 1 en 2 en 3

Te nemen actie

Er is een parallel subtraject aanwezig voor de uitvoerder van de zorgactiviteit
Omhangen van de zorgactiviteiten naar het parallelle subtraject.

Er is geen parallel subtraject aanwezig voor de uitvoerder van de zorgactiviteit
Open een nieuw subtraject en koppel de zorgactiveiten aan het desbetreffende subtraject.

Berekening financiële impact

Er is een parallel subtraject aanwezig voor de uitvoerder van de zorgactiviteit
Het omhangen van de gesignaleerde zorgactiviteiten naar het parallelle subtraject wordt gesimuleerd. Vervolgens worden beide subtrajecten gegrouperd en wordt het waardeverschil ten opzichte van de voorgaande situatie berekend.

Er is geen parallel subtraject aanwezig voor de uitvoerder van de zorgactiviteit
Waardeverschil tussen de huidige DBC zonder de gesignaleerde zorgactiviteiten en een nieuwe geopende DBC inclusief de gesignaleerde zorgactiviteiten. De nieuwe DBC wordt gesimuleerd op basis van de meest gebruikte diagnose binnen het uitvoerende specialisme van de gesignaleerde zorgactiviteiten.

ValueCareLogo2.png