Registratie voldoet aan de eisen van een SEH consult, zorgactiviteit gekoppeld aan ander uitvoerend specialisme (N4012)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

ValueCareLogo2.png

Referentienummer: N4012
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Diagnosebepaling - Openen behandeling
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer er een spoedeisende hulp contact heeft plaatsgevonden, maar deze zorgactiviteit gekoppeld is aan een subtraject met een ander uitvoerend specialisme. Dit duidt erop dat er een nieuw subtraject geopend mag worden of dat het consult aan een ander subtraject gekoppeld dient te worden.

Regelgeving / beleid
2020
Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)

1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2. Multidisciplinaire behandeling

a. Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.

b. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.  

3. Een nieuw te openen zorgtraject voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • er is sprake van een behandelrelatie voor de zorgvraag tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt zoals beschreven in de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO).
  • de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor de anamnese en diagnosestelling. Dit blijkt uit het medisch dossier.  

4. Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme

a. Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.

b. Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7).

c. Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:

  • Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7).
  • Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
  • Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
  • Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of klinische medebehandeling.
  • Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
  • Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
  • Bij de diagnosen voor ‘ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling.
  • Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties.  

d. Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject  geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
  • Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.  

e. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, wordt voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.  

f. Bij chronische zorg met thuisbeademing mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven geopend worden.  

g. Bij chronische dialyse mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven geopend worden.  

h. Een orgaantransplantatietraject kan parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening worden geopend. Een zorgvraag maakt onderdeel uit van het transplantatiezorgtraject wanneer aan de volgende criteria voldaan is: • de transplantatiespecialist treedt op als hoofdbehandelaar; en • er is sprake van een direct oorzakelijk verband met de transplantatie; en • de transplantatie gerelateerde zorgvraag doet zich voor tijdens de looptijd van het operatieve fase 2 subtraject of binnen het eerst geopende nazorgtraject van 120 dagen.  

i. Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend.  

j. Bij radiotherapie kan een parallel zorgtraject geopend worden bij: • Combinatiebehandelingen Voor combinatiebehandelingen van tele-, brachytherapie en/of hyperthermie wordt per soort behandeling een afzonderlijk (parallel) traject geopend. • Uitwendige bestraling Voor uitwendige bestraling geldt dat parallelle zorgtrajecten zijn toegestaan, voor zover er sprake is van meerdere doelgebieden die niet in één bestralingsplan te omvatten zijn. Behandeling van twee ISO centra betekent twee zorgtrajecten.

2020: NR/REG2001a art. 5

Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015)
Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.

Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis (190016)
Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.

2020: NR/REG-2001a art. 24 lid 17 en 18

Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende zorgproductgroep worden gedeclareerd.

Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

2020:NR/REG-2001a art. 33 lid 10, 11 en 12

2021
Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)

1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2. Multidisciplinaire behandeling
a. Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.
b. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend.

3. Een nieuw te openen zorgtraject voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • er is sprake van een behandelrelatie voor de zorgvraag tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt zoals beschreven in de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO).
  • de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor de anamnese en diagnosestelling. Dit blijkt uit het medisch dossier.

4. Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme
a. Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag.
b. Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).
c. Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:

  • Wanneer de combinatie van beide diagnosen voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6).
  • Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject.
  • Binnen het specialisme cardiologie, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie.
  • Binnen het specialisme klinische geriatrie, behalve bij icc of klinische medebehandeling.
  • Bij neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde.
  • Binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg.
  • Bij de diagnosen voor ‘ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde, behalve bij icc of medebehandeling.
  • Binnen het specialisme gynaecologie voor eenzelfde fase tijdens één zwangerschap (fasen: zwangerschap, bevalling en kraambed), met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich een postnatale depressie voordoet na postnatale complicaties.

d. Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
  • Diagnosen die vastgesteld worden naar aanleiding van het bevolkingsonderzoek `Screening colorectaal carcinoom'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start.

e. Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKIONstratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.
f. Bij chronische zorg met thuisbeademing mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven geopend worden.
g. Bij chronische dialyse mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven geopend worden.
h. Een orgaantransplantatietraject kan parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening worden geopend. Een zorgvraag maakt onderdeel uit van het transplantatiezorgtraject wanneer aan de volgende criteria voldaan is:

  • de transplantatiespecialist treedt op als hoofdbehandelaar; en
  • er is sprake van een direct oorzakelijk verband met de transplantatie; en
  • de transplantatie gerelateerde zorgvraag doet zich voor tijdens de looptijd van het operatieve fase 2 subtraject of binnen het eerst geopende nazorgtraject van 120 dagen.

i. Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend.
j. Bij radiotherapie kan een parallel zorgtraject geopend worden bij:

  • Combinatiebehandelingen
    Voor combinatiebehandelingen van tele-, brachytherapie en/of hyperthermie wordt per soort behandeling een afzonderlijk (parallel) traject geopend.
  • Uitwendige bestraling
    Voor uitwendige bestraling geldt dat parallelle zorgtrajecten zijn toegestaan, voor zover er sprake is van meerdere doelgebieden die niet in één bestralingsplan te omvatten zijn. Behandeling van twee ISO centra betekent twee zorgtrajecten.

2021: NR/REG-2103a art. 5

Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015)
Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.

Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis (190016)
Een face to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist, SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp. Deze activiteit mag naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd.

2021: NR/REG-2103a art. 24 lid 17 en 18

Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende zorgproductgroep worden gedeclareerd.

Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

2021: NR/REG-2103a art. 33 lid 10, 11 en 12

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Er wordt binnen deze norm rekening gehouden met D.P.A.99.188, er worden dan ook geen acties getoond wanneer het openen van een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen inwendige geneeskunde en longziekte.
    Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor longgeneeskunde of interne geneeskunde een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject pneumonie met zorgproduct 109999067 t/m 109999074 of tbc met zorgproducten 019999052 t/m 019999058 betreft, worden er geen acties getoond.
  2. Er wordt binnen deze norm rekening gehouden met D.P.A.99.75, er worden dan ook geen acties getoond wanneer het openen van een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen kindergeneeskunde en neurologie.
    Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor kindergeneeskunde of neurologie een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject epilepsie met zorgproduct 069899 of van eenzelfde zorgvraag kinderneurologie 991630 betreft, worden er geen acties getoond.
  3. Er wordt binnen deze norm rekening gehouden indien een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen interne, kindergeneeskunde of radiotherapie, er worden dan ook geen acties getoond.
    Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor interne, kindergeneeskunde of radiotherapie een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject behandeling van kanker met zorgproducten 219899046 t/m 219899049 betreft, worden er geen acties getoond.
  4. Deze norm is ontwikkeld vanwege wijzigingen in de wet- en regelgeving in 2020, daarom is de default ingangsdatum van deze norm 01-01-2020 en tonen we alleen wet- en regelgeving vanaf 2020.
  5. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om acties uit te sluiten op basis van uitvoerend specialisme van de zorgactiviteit. Standaard wordt specialisme Anesthesiologie en Radiologie uitgesloten. Deze specialismen zijn (in de regel) ondersteunend op de SEH, daarom wordt hier geen eigen DBC verwacht.
  6. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om acties uit te sluiten op basis van uitvoerend specialisme van de zorgactiviteit in combinatie met toekennend specialisme van de DBC. Standaard worden geen combinaties uitgesloten.
  7. Bij het zoeken naar parallelle subtrajecten worden ATLS subtrajecten niet meegenomen als mogelijk subtraject om verrichtingen aan te koppelen. Hier is voor gekozen omdat het overhevelen van zorgactiviteiten bij de ATLS subtrajecten voor uitval zorgde en/of doordat de overgehevelde zorgactiviteiten niet passend waren bij de zorg die in het kader van ATLS is geleverd.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Registratie voldoet aan de eisen van een SEH consult, zorgactiviteit gekoppeld aan ander uitvoerend specialisme (N4012)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle zorgactiviteiten spoedeisende hulp contacten (190015 en 190016) uitgevoerd door een zorgverlener die de poortfunctie vervult

Blauwepijl.png

2) De zorgactiviteit is gekoppeld aan een zorgtraject met een ander uitvoerend specialisme

Blauwepijl.png

3) Er is geen sprake van parallelliteit binnen de volgende specialismen:
- inwendige geneeskunde en longziekten bij het openen van een nieuw subtraject (D.P.A.99.188)
- kindergeneeskunde en neurologie bij het openen van een nieuw subtraject (D.P.A.99.75)
- interne geneeskunde, kindergeneeskunde of radiotherapie bij het openen van een nieuw subtraject als het bestaande subtraject de behandeling van kanker betreft


Logica: 1 en 2 en 3

Te nemen actie

Er is een subtraject aanwezig
Koppel het SEH consult aan het bijbehorende subtraject.

Er is geen subtraject aanwezig
Open een nieuw subtraject en koppel het SEH consult en alle daartoe behorende zorgactiviteiten aan het nieuwe subtraject.

Berekening financiële impact

Er is een subtraject aanwezig
Waarde van de DBC met het SEH consult en alle zorgactiviteiten die na het SEH consult zijn geregistreerd.

Er is geen subtraject aanwezig
Waarde van een nieuwe DBC met daarin het SEH consult en alle zorgactiviteiten die na het SEH consult zijn geregistreerd.

ValueCareLogo2.png