Productie - ZVW Wijkverpleging productie in jaar boven zorglegitimatie (R45239)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

ValueCarelogo2022.png

Referentienummer: R45239
Behoort tot Normenkader ValueCare

GHZ-VVT Rechtmatigheid

  1. GHZ-VVT Rechtmatigheid 2023 - Zorglevering

GHZ-VVT Productieverantwoording

  1. GHZ-VVT Productieverantwoording 2023 - Zorglevering
  2. GHZ-VVT Productieverantwoording 2022 - Overschrijding zorglegitimatie
  3. GHZ-VVT Productieverantwoording 2021 - Overschrijding zorglegitimatie
  4. GHZ-VVT Productieverantwoording 2020 - Overschrijding zorglegitimatie
Samenvatting

Het is niet toegestaan om meer zorg te leveren dan is toegekend. Deze controle signaleert ZVW cliënten met wijkverpleging waarbij de gerealiseerde zorg boven de toegekende omvang uitkomt. Per product per jaar wordt een aparte actie gemaakt omdat op indicatiebasis de gerealiseerde zorg in tijdseenheden onder de toegekende zorg moet vallen.

Risico

Bij overschrijven van de toegewezen zorgomvang wordt de productie niet vergoed.

Regelgeving / beleid
2020
Onverminderd hetgeen is bepaald in de artikelen 2.4 tot en met 2.15, heeft de verzekerde op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.

2020: Besluit zorgverzekeringswet art. 2.1 lid 3


Verpleegkundige indicatiestelling; een nadere duiding

1.1 Indiceren: onafhankelijk, onbevooroordeeld en onderbouwd

De onafhankelijkheid van een indicatie wordt ontleend aan het beroep (autonome beroeps-professional) en de beroepsnormen. Dit houdt in een inhoudelijke (professionele) onafhankelijkheid waarbij de wijkverpleegkundige zich niet laat leiden door budgetverwachtingen van zorgvrager, werkgever en/of zorgverzekeraar. Onbevooroordeeld komt voort uit de beroepsethiek en is beschreven in de beroepscode. Een onderbouwde indicatie omvat minimaal de stappen 1 tot en met 4 van het verpleegkundig proces.
Een indicatie maakt duidelijk wat de zorgbehoefte is. Een indicatie is altijd maatwerk, afgestemd mét de zorgvrager, op basis van diens zorgvragen én diens context. Essentieel is dat een indicatie niet een inventarisatie is van één moment, maar dat het een continue proces is waar verpleegkundige diagnoses en gewenste resultaten (zorgdoelen) worden gesteld en bijgesteld, met daarop aansluitende ‘evidence based practice’ (EBP)2 interventies en hoe dit alles is te organiseren. De wijkverpleegkundige onderbouwt indien EBP interventies niet passend zijn in deze situatie. Het is de professionaliteit van de wijkverpleegkundige om die interventies in te zetten en uit te (laten) voeren die bijdragen aan het behalen van de gewenste resultaten (zorgdoelen). Interventies die haalbaar zijn gegeven de situatie én bijdragen aan kwaliteit van leven en het dagelijks functioneren van de zorgvrager (ZN et al., 2018). Waarbij de wijkverpleegkundige, in overleg met de zorgvrager en eventueel het netwerk, afstemt wie wat doet en bij welke wettelijke kaders de gekozen interventies horen.

1.2.2 Belang verpleegkundig proces

In de wijkverpleging is het ‘doorlopen’ van het verpleegkundig proces van belang om tot een goede indicatie van zorg te komen, het zorgplan op te stellen en goede zorg te verlenen. De stappen zijn wel te ónderscheiden maar niet te schéiden van elkaar. Bij het indiceren van zorg zijn vooral stap 1 tot en met 4 essentieel. Voor het opstellen van het zorgplan gaat het om stap 2 tot en met 4. Voor de uitvoering en monitoring van de zorgverlening zijn stap 3 tot met 6 weer van belang. Voor de evaluatie zijn alle stappen belangrijk. Kortom: het dynamische en cyclische karakter van het verpleegkundig proces in de wijkverpleging is een integratie van indiceren én organiseren én uitvoeren van zorg (ZN et al., 2018).

2020: Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling: een nadere duiding, p.34 & p.36

2021
Onverminderd hetgeen is bepaald in de artikelen 2.4 tot en met 2.15, heeft de verzekerde op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.

2021: Besluit zorgverzekeringswet art. 2.1 lid 3


Verpleegkundige indicatiestelling; een nadere duiding

1.1 Indiceren: onafhankelijk, onbevooroordeeld en onderbouwd
De onafhankelijkheid van een indicatie wordt ontleend aan het beroep (autonome beroeps-professional) en de beroepsnormen. Dit houdt in een inhoudelijke (professionele) onafhankelijkheid waarbij de wijkverpleegkundige zich niet laat leiden door budgetverwachtingen van zorgvrager, werkgever en/of zorgverzekeraar. Onbevooroordeeld komt voort uit de beroepsethiek en is beschreven in de beroepscode. Een onderbouwde indicatie omvat minimaal de stappen 1 tot en met 4 van het verpleegkundig proces.
Een indicatie maakt duidelijk wat de zorgbehoefte is. Een indicatie is altijd maatwerk, afgestemd mét de zorgvrager, op basis van diens zorgvragen én diens context. Essentieel is dat een indicatie niet een inventarisatie is van één moment, maar dat het een continue proces is waar verpleegkundige diagnoses en gewenste resultaten (zorgdoelen) worden gesteld en bijgesteld, met daarop aansluitende ‘evidence based practice’ (EBP)2 interventies en hoe dit alles is te organiseren. De wijkverpleegkundige onderbouwt indien EBP interventies niet passend zijn in deze situatie. Het is de professionaliteit van de wijkverpleegkundige om die interventies in te zetten en uit te (laten) voeren die bijdragen aan het behalen van de gewenste resultaten (zorgdoelen). Interventies die haalbaar zijn gegeven de situatie én bijdragen aan kwaliteit van leven en het dagelijks functioneren van de zorgvrager (ZN et al., 2018). Waarbij de wijkverpleegkundige, in overleg met de zorgvrager en eventueel het netwerk, afstemt wie wat doet en bij welke wettelijke kaders de gekozen interventies horen.

1.2.2 Belang verpleegkundig proces
In de wijkverpleging is het ‘doorlopen’ van het verpleegkundig proces van belang om tot een goede indicatie van zorg te komen, het zorgplan op te stellen en goede zorg te verlenen. De stappen zijn wel te ónderscheiden maar niet te schéiden van elkaar. Bij het indiceren van zorg zijn vooral stap 1 tot en met 4 essentieel. Voor het opstellen van het zorgplan gaat het om stap 2 tot en met 4. Voor de uitvoering en monitoring van de zorgverlening zijn stap 3 tot met 6 weer van belang. Voor de evaluatie zijn alle stappen belangrijk. Kortom: het dynamische en cyclische karakter van het verpleegkundig proces in de wijkverpleging is een integratie van indiceren én organiseren én uitvoeren van zorg (ZN et al., 2018).

2021: Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling: een nadere duiding, p.34 & p.36

2022
Onverminderd hetgeen is bepaald in de artikelen 2.4 tot en met 2.15, heeft de verzekerde op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.

2022: Besluit zorgverzekeringswet art. 2.1 lid 3


Verpleegkundige indicatiestelling; een nadere duiding

1.1 Indiceren: onafhankelijk, onbevooroordeeld en onderbouwd
De onafhankelijkheid van een indicatie wordt ontleend aan het beroep (autonome beroeps-professional) en de beroepsnormen. Dit houdt in een inhoudelijke (professionele) onafhankelijkheid waarbij de wijkverpleegkundige zich niet laat leiden door budgetverwachtingen van zorgvrager, werkgever en/of zorgverzekeraar. Onbevooroordeeld komt voort uit de beroepsethiek en is beschreven in de beroepscode. Een onderbouwde indicatie omvat minimaal de stappen 1 tot en met 4 van het verpleegkundig proces.
Een indicatie maakt duidelijk wat de zorgbehoefte is. Een indicatie is altijd maatwerk, afgestemd mét de zorgvrager, op basis van diens zorgvragen én diens context. Essentieel is dat een indicatie niet een inventarisatie is van één moment, maar dat het een continue proces is waar verpleegkundige diagnoses en gewenste resultaten (zorgdoelen) worden gesteld en bijgesteld, met daarop aansluitende ‘evidence based practice’ (EBP)2 interventies en hoe dit alles is te organiseren. De wijkverpleegkundige onderbouwt indien EBP interventies niet passend zijn in deze situatie. Het is de professionaliteit van de wijkverpleegkundige om die interventies in te zetten en uit te (laten) voeren die bijdragen aan het behalen van de gewenste resultaten (zorgdoelen). Interventies die haalbaar zijn gegeven de situatie én bijdragen aan kwaliteit van leven en het dagelijks functioneren van de zorgvrager (ZN et al., 2018). Waarbij de wijkverpleegkundige, in overleg met de zorgvrager en eventueel het netwerk, afstemt wie wat doet en bij welke wettelijke kaders de gekozen interventies horen.

1.2.2 Belang verpleegkundig proces
In de wijkverpleging is het ‘doorlopen’ van het verpleegkundig proces van belang om tot een goede indicatie van zorg te komen, het zorgplan op te stellen en goede zorg te verlenen. De stappen zijn wel te ónderscheiden maar niet te schéiden van elkaar. Bij het indiceren van zorg zijn vooral stap 1 tot en met 4 essentieel. Voor het opstellen van het zorgplan gaat het om stap 2 tot en met 4. Voor de uitvoering en monitoring van de zorgverlening zijn stap 3 tot met 6 weer van belang. Voor de evaluatie zijn alle stappen belangrijk. Kortom: het dynamische en cyclische karakter van het verpleegkundig proces in de wijkverpleging is een integratie van indiceren én organiseren én uitvoeren van zorg (ZN et al., 2018).

2022:Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling: een nadere duiding, p.34 & p.36

2023
Onverminderd hetgeen is bepaald in de artikelen 2.4 tot en met 2.15, heeft de verzekerde op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.

2023: Besluit zorgverzekeringswet art. 2.1 lid 3


Verpleegkundige indicatiestelling; een nadere duiding

1.1 Indiceren: onafhankelijk, onbevooroordeeld en onderbouwd
De onafhankelijkheid van een indicatie wordt ontleend aan het beroep (autonome beroeps-professional) en de beroepsnormen. Dit houdt in een inhoudelijke (professionele) onafhankelijkheid waarbij de wijkverpleegkundige zich niet laat leiden door budgetverwachtingen van zorgvrager, werkgever en/of zorgverzekeraar. Onbevooroordeeld komt voort uit de beroepsethiek en is beschreven in de beroepscode. Een onderbouwde indicatie omvat minimaal de stappen 1 tot en met 4 van het verpleegkundig proces.
Een indicatie maakt duidelijk wat de zorgbehoefte is. Een indicatie is altijd maatwerk, afgestemd mét de zorgvrager, op basis van diens zorgvragen én diens context. Essentieel is dat een indicatie niet een inventarisatie is van één moment, maar dat het een continue proces is waar verpleegkundige diagnoses en gewenste resultaten (zorgdoelen) worden gesteld en bijgesteld, met daarop aansluitende ‘evidence based practice’ (EBP)2 interventies en hoe dit alles is te organiseren. De wijkverpleegkundige onderbouwt indien EBP interventies niet passend zijn in deze situatie. Het is de professionaliteit van de wijkverpleegkundige om die interventies in te zetten en uit te (laten) voeren die bijdragen aan het behalen van de gewenste resultaten (zorgdoelen). Interventies die haalbaar zijn gegeven de situatie én bijdragen aan kwaliteit van leven en het dagelijks functioneren van de zorgvrager (ZN et al., 2018). Waarbij de wijkverpleegkundige, in overleg met de zorgvrager en eventueel het netwerk, afstemt wie wat doet en bij welke wettelijke kaders de gekozen interventies horen.

1.2.2 Belang verpleegkundig proces
In de wijkverpleging is het ‘doorlopen’ van het verpleegkundig proces van belang om tot een goede indicatie van zorg te komen, het zorgplan op te stellen en goede zorg te verlenen. De stappen zijn wel te ónderscheiden maar niet te schéiden van elkaar. Bij het indiceren van zorg zijn vooral stap 1 tot en met 4 essentieel. Voor het opstellen van het zorgplan gaat het om stap 2 tot en met 4. Voor de uitvoering en monitoring van de zorgverlening zijn stap 3 tot met 6 weer van belang. Voor de evaluatie zijn alle stappen belangrijk. Kortom: het dynamische en cyclische karakter van het verpleegkundig proces in de wijkverpleging is een integratie van indiceren én organiseren én uitvoeren van zorg (ZN et al., 2018).

2023:Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling: een nadere duiding, p.34 & p.36

2024
Onverminderd hetgeen is bepaald in de artikelen 2.4 tot en met 2.15, heeft de verzekerde op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.

2024: Besluit zorgverzekeringswet art. 2.1 lid 3


Verpleegkundige indicatiestelling; een nadere duiding

1.1 Indiceren: onafhankelijk, onbevooroordeeld en onderbouwd
De onafhankelijkheid van een indicatie wordt ontleend aan het beroep (autonome beroeps-professional) en de beroepsnormen. Dit houdt in een inhoudelijke (professionele) onafhankelijkheid waarbij de wijkverpleegkundige zich niet laat leiden door budgetverwachtingen van zorgvrager, werkgever en/of zorgverzekeraar. Onbevooroordeeld komt voort uit de beroepsethiek en is beschreven in de beroepscode. Een onderbouwde indicatie omvat minimaal de stappen 1 tot en met 4 van het verpleegkundig proces.
Een indicatie maakt duidelijk wat de zorgbehoefte is. Een indicatie is altijd maatwerk, afgestemd mét de zorgvrager, op basis van diens zorgvragen én diens context. Essentieel is dat een indicatie niet een inventarisatie is van één moment, maar dat het een continue proces is waar verpleegkundige diagnoses en gewenste resultaten (zorgdoelen) worden gesteld en bijgesteld, met daarop aansluitende ‘evidence based practice’ (EBP)2 interventies en hoe dit alles is te organiseren. De wijkverpleegkundige onderbouwt indien EBP interventies niet passend zijn in deze situatie. Het is de professionaliteit van de wijkverpleegkundige om die interventies in te zetten en uit te (laten) voeren die bijdragen aan het behalen van de gewenste resultaten (zorgdoelen). Interventies die haalbaar zijn gegeven de situatie én bijdragen aan kwaliteit van leven en het dagelijks functioneren van de zorgvrager (ZN et al., 2018). Waarbij de wijkverpleegkundige, in overleg met de zorgvrager en eventueel het netwerk, afstemt wie wat doet en bij welke wettelijke kaders de gekozen interventies horen.

1.2.2 Belang verpleegkundig proces
In de wijkverpleging is het ‘doorlopen’ van het verpleegkundig proces van belang om tot een goede indicatie van zorg te komen, het zorgplan op te stellen en goede zorg te verlenen. De stappen zijn wel te ónderscheiden maar niet te schéiden van elkaar. Bij het indiceren van zorg zijn vooral stap 1 tot en met 4 essentieel. Voor het opstellen van het zorgplan gaat het om stap 2 tot en met 4. Voor de uitvoering en monitoring van de zorgverlening zijn stap 3 tot met 6 weer van belang. Voor de evaluatie zijn alle stappen belangrijk. Kortom: het dynamische en cyclische karakter van het verpleegkundig proces in de wijkverpleging is een integratie van indiceren én organiseren én uitvoeren van zorg (ZN et al., 2018).

2024:Zorginstituut Nederland - Verpleegkundige indicatiestelling: een nadere duiding, p.34 & p.36

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Bij de berekening van het recht worden de eerste en de laatste week van de legitimatie opgerekt tot volledige weken, bij het recht geldt in die weken de volledige week tijdseenheden.
    1. Voorbeeld: Er is een legitimatie voor 2 uur zorg per week en deze legitimatie gaat in op donderdag. ValueCare neemt in dit geval het recht vanaf maandag mee, dus 2 uur voor de eerste week (week = ma t/m zo). Dit doen we omdat wanneer deze 2 uren deze week op vrijdag geleverd worden, er overschrijding zou zijn als we het niet oprekken.
  2. Als er ophoging van de indicatie heeft plaatsgevonden, wordt deze hoogste indicatie als uitgangspunt genomen voor de berekening van het recht, ook voor de vorige indicatie. Dit is om te voorkomen dat oude indicaties blijven signaleren, terwijl er al actie is ondernomen en de indicatie is opgehoogd.
  3. Lopende legitimaties worden gecontroleerd t/m de laatste volledige week.
  4. Deze controle interpreteert 'per jaar' als vanaf de eerste maandag van het jaar tot de eerste maandag van het volgende jaar.
Instelbaar

De volgende zaken zijn instelbaar:

  1. Startdatum van controle (standaard = 1-1-2020).
  2. Het percentage wat overschreden moet zijn voor er gesignaleerd wordt. Standaard wordt er direct bij overschrijding gesignaleerd.
  3. De signalering kan vertraagd worden met x volledige weken na start legitimatie (standaard 1 week).
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Productie - ZVW Wijkverpleging productie in jaar boven zorglegitimatie (R45239)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle lopende zorglegitimaties ZVW-wijkverpleging per cliënt per jaar

Blauwepijl.png

2) Zorglegitimaties met overschrijding van toegekende zorg van het bijbehorende product per jaar,
door verschil tussen:

*De toegekende zorg per jaar (in tijdseenheden)
*De zorg die de cliënt geleverd heeft gekregen van het bijbehorende product per jaar (in tijdseenheden)


Controlemassa data-analyse

Uitkomst data-analyse

Logica: 1 en 2

Berekening financiële impact

Zie GHZ-VVT Financiële impactbepaling - Waarde overschrijding

ValueCarelogo2022.png