Percentage patiënten met een MRI in de periode 14 t/m 182 dagen na de lage rugherniaoperatie

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

ValueCarelogo2022.png

Behoort tot Normenkader ValueCare

Stuurmodel Medisch Specialisten

  1. Passende zorg
Samenvatting

Deze stuurindicator toont het percentage patiënten waarvoor binnen 14 t/m 182 dagen na een herniaoperatie, een MRI is geregistreerd. Het doel van deze informatie is het creëren van bewustwording rondom de opgestelde Verstandige Keuze richtlijn.

Dit stuurpunt dient als aanvulling en verrijking van de bijbehorende signalerings-norm Vraag geen MRI aan 14 t/m 182 dagen na een hernia- of lumbale stenose-operatie (N7100) met deze normen wordt er gekeken naar alle geplande zorg, zodat er actief op gepast gebruik gelet kan worden. Het geeft de specialist de ruimte om voorafgaande een beslissing kan maken over het wel of niet uitvoeren van deze zorg, en of deze zorg wel of niet zinnig is.

ValueCare geeft het percentage MRIs na hernia/lumbale stenose operatie weer tov van de benchmark per maand, per DBC diagnose, en per specialisme/specialist.

Regelgeving / beleid
2022
Vraag geen MRI aan tijdens de natuurlijke herstelperiode of na een hernia-operatie als er geen klachten bestaan die een nieuwe operatie rechtvaardigen. De meeste patiënten met een rughernia (90%) zijn binnen 6 tot 18 weken weer klachtenvrij. Bij het vermoeden van een rughernia op basis van pijnklachten in het been heeft het in deze fase geen zin om een MRI scan te laten maken. Pas wanneer de klachten niet overgaan of onhoudbaar zijn en een operatie overwogen wordt, is het zinvol een MRI te laten maken. Deze wordt dan gebruikt om de operatie-indicatie te verifiëren en om de technische benadering en het niveau van chirurgie te beoordelen. Ook bij het aanvragen van een MRI na een herniaoperatie is terughoudendheid geïndiceerd. Vaak wordt na operatie een herhalings-MRI aangevraagd. Onderzoek wijst echter uit dat er geen verschil is in de bevindingen op een MRI tussen patiënten die na een herniaoperatie klachten ondervinden en patiënten die geen klachten hebben.

2022: Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie - Verstandige keuzes bij een lage rughernia

2023
De meeste patiënten met een rughernia (90%) zijn binnen 6 tot 18 weken weer klachtenvrij. Bij het vermoeden van een rughernia op basis van pijnklachten in het been heeft het in deze fase geen zin om een MRI scan te laten maken. Pas wanneer de klachten niet overgaan of onhoudbaar zijn en een operatie overwogen wordt, is het zinvol een MRI te lagen maken. Deze wordt dan gebruikt om de operatieindicatie te verifiëren en om de technische benadering en het niveau van chirurgie te beoordelen. Ook bij het aanvragen van een MRI na een herniaoperatie is terughoudendheid geïndiceerd. Vaak wordt na operatie een herhalings-MRI aangevraagd. Onderzoek wijst echter uit dat er geen verschil is in de bevindingen op een MRI tussen patiënten die na een herniaoperatie klachten ondervinden en patiënten die geen klachten hebben.

2023: Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie - Verstandige keuzes bij een lage rughernia

2023: ZE&GG Uniforme Data Definitie

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Op basis van de lopende richtlijn ‘Verstandige keuzes bij een lage rughernia’ is de bijbehorende norm ontwikkeld.
  2. Dit stuurpunt is bedoeld om een trendlijn te kunnen zien waarmee de hoeveelheid MRI’s die wel zijn uitgevoerd na een herniaoperatie gevolgd kunnen worden.
  3. Het stuurpunt kan het effect van de in productie genomen norm visualiseren en ook de aanpak hiervan weergeven.
  4. De volgende zorgactiviteiten worden aangeduid als herniaoperatie (038437,038444,038467,038438,038446,030329,030327).
  5. Herniaoperaties worden geëxluceerd wanneer ze in combinatie voorkomen met een in de Uniforme Data definitie gestelde DBC's met diagnoses voor neurochirurgische of neurologische tumoren, dan wel uitgezaaide kanker, binnen 5 jaar voor de operatiedatum.
  6. Er worden alleen patiënten getoond die in het dichtstbijzijnde voorgaande halfjaar aan de operatiedatum ouder of gelijk aan 18 jaar oud zijn.
Sturing

De stuurindicator geeft inzicht in bij hoeveel patiënten er een MRI is gemaakt 14 t/m 182 dagen nadat een patiënt is geopereerd voor een hernia of lumbale stenose. Tijdens deze fase heeft de beeldvormende techniek MRI over het algemeen geen toegevoegde waarde. Op basis van die informatie kan het ziekenhuis interventies inzetten.

Het effect van sturing hangt af van ziekenhuis specifieke situaties. Deze stuurindicator geeft houvast bij het bepalen welke interventies potentieel effect hebben, en bij het meten van deze effecten achteraf.

De volgende norm is ontworpen om te helpen bij het inzien van de keuzes op gepast gebruik in dit geval het maken van een MRIs na hernia/lumbale stenose operatie:

Vraag geen MRI aan 14 t/m 182 dagen na een hernia- of lumbale stenose-operatie (N7100)

ValueCare denkt graag met u mee over het verbeteren van de sturing in uw ziekenhuis. Mochten er op basis van bovenstaande nieuwe ideeën of suggesties voor controles ontstaan, laat het dan aan ValueCare weten via uw ValueCare contact.

Programmeerbare norm

Er is sprake van “Percentage patiënten met een MRI in de periode 14 t/m 182 dagen na de lage rugherniaoperatie” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle patiënten met een herniaoperatie per jaar, exclusief de uitgesloten diagnoses en zorgproducten

Blauwepijl.png

2) Alle MRIs (ZA 083390) binnen 14 t/m 182 dagen na de operatie voor hernia/lumbale stenose

Blauwepijl.png

3) Percentage patiënten met een MRI in de periode 14 t/m 182 dagen na de lage rugherniaoperatie


Logica: 1 en 2 en 3

ValueCarelogo2022.png