Openingsdatum subtraject niet correct (N0818)

Uit normenkaderzorg.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

ValueCareLogo2.png

Referentienummer: N0818
Behoort tot Normenkader ValueCare

Gecertificeerde controles

  1. Circa 300 gecertificeerde controles - Normenkader - Subtrajecten - Openen en sluiten (R06412)

Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid

  1. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2020 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  2. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2019 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  3. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2018 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  4. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2017 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  5. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2016 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  6. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2015 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  7. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2014 - Subtrajecten – Openen en sluiten
  8. Ziekenhuizen Rechtmatigheid 2012 & 2013 - Subtrajecten – Openen en sluiten
Samenvatting

Een subtraject moet geopend worden bij het eerste patiënt contact. Dit moet door, of uit naam van de specialist (hoofdbehandelaar worden gedaan) conform de registratieregels van DBC-Onderhoud. 

Regelgeving / beleid
2013 & 2014
Een zorgtraject moet geopend worden volgens de geldende regels door een poortspecialist. De poortfunctie kan door een poortspecialist (zie BR/CU-2111 7.24), een medisch specialist van een ondersteunend specialisme, klinisch fysicus audioloog of een specialist ouderengeneeskunde worden uitgevoerd indien de NZa voor dat specialisme of dat type van zorg een typeringslijst heeft vastgesteld. Dit geldt voor: radiologie (0362), anesthesiologie (0389), klinische genetica (0390), audiologie (1900) en geriatrische revalidatiezorg (8418).

De zorgverlener die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor een juiste typering van een zorgtraject/subtraject bij de geleverde zorg.

Wanneer een patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een poortspecialisme (ook op de SEH) met een reguliere of spoedeisende zorgvraag komt waar nog geen zorgtraject voor is geopend, wordt een zorgtraject met subtraject ZT11 geopend. Ook bij overname van een nog niet bekende patiënt uit een andere instelling begint het zorgtraject met een subtraject met ZT11. Hiervoor is gekozen omdat voor een nieuwe patiënt in de regel meer inzet geleverd wordt dan voor een bekende patiënt. Ook al is er sprake van voortzetting van een elders ingezette behandeling.

2014: BR/CU-2111 - artikel 7.25; NR/CU-247, NR/CU-257 art. 7.1, 7.2, 7.6 & 8; NR/CU-222, NR/CU-227, NR/CU-228NR/CU-240 art. 5.5, 6.1, 6.2 & 7;

2013: BR/CU-2081, BR/CU-2102, BR/CU-2104 art. 8.26

2015
Een zorgtraject moet geopend worden volgens de geldende regels door een poortspecialist.

De zorgverlener die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor een juiste typering van een zorgtraject/subtraject bij de geleverde zorg.

Wanneer een patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een poortspecialisme (ook op de SEH) met een reguliere of spoedeisende zorgvraag komt waar nog geen zorgtraject voor is geopend, wordt een zorgtraject met subtraject ZT11 geopend. Ook bij overname van een nog niet bekende patiënt uit een andere instelling begint het zorgtraject met een subtraject met ZT11. Hiervoor is gekozen omdat voor een nieuwe patiënt in de regel meer inzet geleverd wordt dan voor een bekende patiënt. Ook al is er sprake van voortzetting van een elders ingezette behandeling.


2015: [NR/CU-260#page10|NR/CU-257 art. 7.1, 7.2, 7.6 & 8]]

2016
Een zorgtraject moet geopend worden volgens de geldende regels door een poortspecialist.

De zorgverlener die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor een juiste typering van een zorgtraject/subtraject bij de geleverde zorg.

Wanneer een patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een poortspecialisme (ook op de SEH) met een reguliere of spoedeisende zorgvraag komt waar nog geen zorgtraject voor is geopend, wordt een zorgtraject met subtraject ZT11 geopend. Ook bij overname van een nog niet bekende patiënt uit een andere instelling begint het zorgtraject met een subtraject met ZT11. Hiervoor is gekozen omdat voor een nieuwe patiënt in de regel meer inzet geleverd wordt dan voor een bekende patiënt. Ook al is er sprake van voortzetting van een elders ingezette behandeling.


2016: NR/CU-266 art. 4 & 5

2017
De registratie van een zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor een juiste typering van een zorgtraject/subtraject bij de geleverde zorg. Voor de meeste beroepsbeoefenaren die de poortfunctie kunnen uitvoeren, zijn door de NZa typeringslijsten vastgesteld. Indien deze typeringslijst niet volledig is, of indien er geen typeringslijst beschikbaar is voor een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, kan gebruik gemaakt worden van de typeringslijst van een ander specialisme voor dat type van zorg.

2017: NR/REG-1732 art. 4 lid 1 en 3


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat.

2017: NR/REG-1732 art. 5 lid 1

2018
De registratie van het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor een juiste typering van een zorgtraject/subtraject bij de geleverde zorg. Voor de meeste beroepsbeoefenaren die de poortfunctie kunnen uitvoeren, zijn door de NZa typeringslijsten vastgesteld. Indien deze typeringslijst niet volledig is, of indien er geen typeringslijst beschikbaar is voor een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, kan gebruik gemaakt worden van de typeringslijst van een ander specialisme voor dat type van zorg.

2018: NR/REG-1816 art. 4 lid 1 en 3


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. Een subtraject met ZT11 bevat ten minste één fysiek face-to-face contact tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt. Voor klinische genetica geldt een uitzondering op deze regel: in plaats van een fysiek face-to-face contact kan hiervoor ook een screen-to-screen consult plaatsvinden. Ook voor hartteambespreking en longteambespreking geldt dat er geen face-to-face contact hoeft plaats te vinden, er is hierbij namelijk geen contact met de patiënt.

2018: NR/REG-1816 art. 5 lid 1

2019
De registratie van het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

2019: NR/REG-1907a art. 4 lid 1 en 2


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat.

Een subtraject met ZT11 bevat ten minste één fysiek face-to-face contact tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt. Voor klinische genetica geldt een uitzondering op deze regel: in plaats van een fysiek face-to-face contact kan hiervoor ook een screen-to-screen consult plaatsvinden. Voor radiotherapie is geen face-to-face contact vereist indien sprake is van een parallel subtraject zoals omschreven in artikel 19 lid 13 onder b van deze regeling. Subtrajecten met ZT11 voor audiologie bevatten ten minste één fysiek face-to-face contact in de volgende gevallen:

  • Kinderen tot en met 18 jaar met een gehoorstoornis;
  • Patiënten waarbij beoordeeld moet worden of nader medisch onderzoek en/of medische behandeling noodzakelijk is;
  • Patiënten met meervoudige audiologische problematiek;
  • Patiënten met een evenwichtsstoornis.

Voor hartteambespreking en longteambespreking geldt dat er geen face-to-face contact hoeft plaats te vinden, er is hierbij namelijk geen contact met de patiënt.

2019: NR/REG-1907a art. 5 lid 1

2020
De registratie van het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

2020: NR/REG-2001a art. 4 lid 1 en 2


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2020: NR/REG-2001a art. 5 lid 1

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. We signaleren een subtraject niet als foutief te vroeg geopend als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
    • Er geen zorgactiviteiten hebben plaatsgevonden na het sluiten van het subtraject. Dit omdat eerder openen dan geen financiële impact heeft.
    • Als zorgactiviteiten geregistreerd zijn die ervoor zorgen dat een subtraject op basis van de aanwezigheid van deze zorgactiviteiten sluit, zoals verpleegdagen (zpk 3/19) (sluiten 42 dagen na ontslag), operatieve zorgactiviteiten (sluiten 42 dagen na laatste operatieve zorgactiviteit), oncologie (sluiten bij nieuwe toediening / andere behandelvorm), etc.
  2. Specialisme Cardiologie heeft andere afsluitregels dan de andere specialismen en voor Cardiologie is het toegestaan om subtrajecten te openen, ongeacht of er een zorgactiviteit aanwezig is. Daarom is specialisme Cardiologie uitgesloten op voorwaarde 4 van deze analyse.
  3. De keuze kan worden gemaakt om ook te signaleren wanneer er geen zorgactiviteiten na de sluitingsdatum van het subtraject hebben plaatsgevonden, die indien het subtraject op de dag van de eerste zorgactiviteit geopend was, tot het subtraject hadden behoord. Dit kan middels een parameter.
Programmeerbare norm

Er is sprake van  “Openingsdatum subtraject niet correct (N0818)” als aan de volgende selectie is voldaan: 

1) Alle Subtrajecten ZT11

                                                                       Blauwepijl.png

2) Los te factureren zorgactiviteit uitgevoerd in controlejaar of Handreikingsjaar of zorgactiviteit gekoppeld aan een subtraject dat gesloten wordt in controlejaar of Handreikingsjaar

Blauwepijl.png      

Blauwepijl.png

3) Op de openingsdatum van het subtraject heeft er geen zorgactiviteit bij dezelfde patiënt plaatsgevonden En er zijn geen zorgactiviteiten gekoppeld aan het subtraject die de sluitdatum bepalen En het specialisme is niet Cardiologie En er hebben na de sluitingsdatum van het subtraject zorgactiviteiten plaatsgevonden, die indien het subtraject op de dag van de eerste zorgactiviteit geopend was, tot het subtraject hadden behoord

4) Op de openingsdatum van het subtraject heeft er geen zorgactiviteit bij dezelfde patiënt plaatsgevonden En er zijn geen zorgactiviteiten gekoppeld aan het subtraject die de sluitdatum bepalen En het specialisme is niet Cardiologie En het subtraject is nog niet gesloten

Logica: 1 en 2 en (3 of 4)

Berekening financiële impact

Zie Berekening financiële impact - Verschil waarde subtrajecten bij wijziging open- en/of sluitdata


ValueCareLogo2.png