Meer dan één IC traject met identieke Add-on IC zorgactiviteiten (N0486)

Uit Normenkaderzorg.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

ValueCareLogo2.png

Referentienummer: N0486
Behoort tot Normenkader ValueCare

Handboek DOT Controleregels

  1. Handboek DOT Controleregels 2014 - D.P.A.99.09 Parallelliteit IC zorgactiviteit
  2. Handboek DOT Controleregels 2015 - D.P.A.99.09 Parallelliteit IC zorgactiviteit
  3. Handboek DOT Controleregels 2016 - D.P.A.99.09 Parallelliteit IC zorgactiviteit
  4. Handboek DOT Controleregels 2017 - D.P.A.99.09 Parallelliteit IC zorgactiviteit
  5. Handboek DOT Controleregels 2018 - D.P.A.99.09 Parallelliteit IC zorgactiviteit

Ziekenhuizen Rechtmatigheid

  1. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2018 - Parallelliteit
  2. Ziekenhuizen Rechtmatigheid 2017 - Parallelliteit
  3. Ziekenhuizen Rechtmatigheid 2016 - Parallelliteit
  4. Ziekenhuizen Rechtmatigheid 2015 - Parallelliteit
  5. Ziekenhuizen Rechtmatigheid 2014 - Parallelliteit
Samenvatting

Het parallel declareren van add-on IC zorgactiviteiten met ZT51 en/of ZT52 binnen dezelfde instelling is niet toegestaan.

Regelgeving / beleid
2013 & 2014 & 2015
Add- ons IC zijn overige zorgproducten voor de intensive care zorg, uitgedrukt in zorgactiviteiten, die bij een DBC-zorgproduct kunnen worden gedeclareerd.

Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de IC) geopend bij opname op de IC afdeling en voor IC intercollegiaal consult buiten de IC. Hierbij geldt het volgende:

  • Parallelle IC zorg/subtrajecten 51 of 52 zijn niet toegestaan.
  • Wanneer de patiënt gedurende een klinische opname meer periodes op de IC verblijft, dient voor elke IC-opnameperiode een IC zorg/subtraject 51 te worden geopend (en gesloten).

Add-ons IC worden geregistreerd middels een eigen subtraject. Binnen de registratie van een subtraject wordt alleen het component zorgtype getypeerd. De volgende zorgtypes worden onderscheiden voor de add-ons IC [Zorgtrajecten met zorgtype 51 en 52 bestaan uit één subtraject]:

  • Zorgtype 51: zorgtrajecten voor opname op de IC en voor IC intercollegiaal consult buiten de IC met een bijbehorende behandeling door een poortspecialist. De add-on IC is gekoppeld aan het DBC-zorgproduct van deze poortspecialist [Het zorgtype 51 kan tevens gebruikt worden voor het koppelen van zorgactiviteiten van ondersteuners (zowel anesthesist als poortspecialist in de rol van ondersteuner) aan het zorgtraject van de hoofdbehandelaar].
  • Zorgtype 52: zorgtrajecten voor opname op de IC zonder een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.

2015: BR/CU-2136 art. 13.1

2014: BR/CU-2134 art. 14.1

2013: BR/CU-2104 art. 13.1


2015: NR/CU-260 art. 8.6

2014: NR/CU-257 art. 8.4

2013: NR/CU-228 art. 6.4

2016
Add- ons IC zijn overige zorgproducten voor de intensive care zorg, uitgedrukt in zorgactiviteiten, die bij een DBC-zorgproduct kunnen worden gedeclareerd.
  1. Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de Intensive Care (hierna: IC)) geopend bij opname op de IC afdelingen voor IC intercollegiaal consult buiten de IC.
  2. Een IC zorg/subtraject 51 wordt altijd parallel (in samenhang met) een zorgtraject van de hoofdbehandelaar geregistreerd. Er dient een verwijzing te worden geregistreerd vanuit welk zorgtraject (= het zorgtraject van de hoofdbehandelaar) naar het IC zorg/subtraject 51 is verwezen.
  3. Een IC zorg/subtraject 52 wordt geregistreerd indien een patiënt direct op de IC-afdeling terechtkomt, zonder dat er naast het IC-zorgtraject een zorgtraject met een subtraject met zorgtype 11 of 21 is geregistreerd.
  4. Indien na ontslag van de IC-afdeling de behandeling klinisch wordt voortgezet, dient het subtraject met ZT52 omgezet te worden naar een subtraject met ZT51 dat gekoppeld wordt aan het zorgtraject met ZT11-subtraject. In dit geval wordt een subtraject ZT11 met terugwerkende kracht geopend op de datum waarop de patiënt is opgenomen op de IC-afdeling.
  5. Parallelle IC zorg/subtrajecten 51 of 52 zijn niet toegestaan.
  6. Wanneer de patiënt gedurende een klinische opname meer periodes op de IC verblijft, dient voor elke IC-opnameperiode een IC zorg/subtraject 51 te worden geopend (en gesloten).
  7. Tijdens de IC-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd.

2016: NR/CU-266 art. 11

2017
Add- ons IC zijn overige zorgproducten voor de intensive care zorg, uitgedrukt in zorgactiviteiten, die bij een DBC-zorgproduct kunnen worden gedeclareerd.
  1. Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de Intensive Care (hierna: IC)) geopend bij opname op de IC afdelingen voor IC intercollegiaal consult buiten de IC.
  2. Een ic-zorg/subtraject 51 wordt altijd parallel (in samenhang met) een zorgtraject van de hoofdbehandelaar geregistreerd. Er dient een verwijzing te worden geregistreerd vanuit welk zorgtraject (= het zorgtraject van de hoofdbehandelaar) naar het IC zorg/subtraject 51 is verwezen.
  3. Een ic-zorg/subtraject 52 wordt geregistreerd indien een patiënt direct op de IC-afdeling terechtkomt, zonder dat er naast het IC-zorgtraject een zorgtraject met een subtraject met zorgtype 11 of 21 is geregistreerd.
  4. Een ic-zorg/subtraject 51 of 52 kan ook geregistreerd worden indieneen patiënt in het kader van een zwangerschap op de ic-afdeling terechtkomt en er voor deze patiënt een integraal geboortezorgtraject loopt.
  5. Indien na ontslag van de ic-afdeling de behandeling klinisch wordt voortgezet, dient het subtraject met ZT52 omgezet te worden naar een subtraject met ZT51 dat gekoppeld wordt aan het zorgtraject met ZT11-subtraject. In dit geval wordt een subtraject ZT11 met terugwerkende kracht geopend op de datum waarop de patiënt is opgenomen op de ic-afdeling.
  6. Parallelle ic-zorg/subtrajecten 51 of 52 zijn niet toegestaan.
  7. Wanneer de patiënt gedurende een klinische opname meer periodes op de ic verblijft, dient voor elke ic-opnameperiode een ic-zorg/subtraject 51 te worden geopend (en gesloten).
  8. Tijdens de ic-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd. Op één kalenderdag wordt óf een ic-dag óf een verpleegdag geregistreerd.

2017: NR/REG-1732 art. 11

2018
Add- ons IC zijn overige zorgproducten voor de intensive care zorg, uitgedrukt in zorgactiviteiten, die bij een DBC-zorgproduct kunnen worden gedeclareerd.
  1. Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de Intensive Care (hierna: IC)) geopend bij opname op de IC afdelingen voor IC intercollegiaal consult buiten de IC.
  2. Een ic-zorg/subtraject 51 wordt altijd parallel (in samenhang met) een zorgtraject van de hoofdbehandelaar geregistreerd. Er dient een verwijzing te worden geregistreerd vanuit welk zorgtraject (= het zorgtraject van de hoofdbehandelaar) naar het IC zorg/subtraject 51 is verwezen.
  3. Een ic-zorg/subtraject 52 wordt geregistreerd indien een patiënt direct op de IC-afdeling terechtkomt, zonder dat er naast het IC-zorgtraject een zorgtraject met een subtraject met zorgtype 11 of 21 is geregistreerd.
  4. Een ic-zorg/subtraject 51 of 52 kan ook geregistreerd worden indieneen patiënt in het kader van een zwangerschap op de ic-afdeling terechtkomt en er voor deze patiënt een integraal geboortezorgtraject loopt.
  5. Indien na ontslag van de ic-afdeling de behandeling klinisch wordt voortgezet, dient het subtraject met ZT52 omgezet te worden naar een subtraject met ZT51 dat gekoppeld wordt aan het zorgtraject met ZT11-subtraject. In dit geval wordt een subtraject ZT11 met terugwerkende kracht geopend op de datum waarop de patiënt is opgenomen op de ic-afdeling.
  6. Parallelle ic-zorg/subtrajecten 51 of 52 zijn niet toegestaan.
  7. Wanneer de patiënt gedurende een klinische opname meer periodes op de ic verblijft, dient voor elke ic-opnameperiode een ic-zorg/subtraject 51 te worden geopend (en gesloten).
  8. Tijdens de ic-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd. Op één kalenderdag wordt óf een ic-dag óf een verpleegdag geregistreerd.

2018: NR/REG-1816 Art. 11

Interpretaties

Meer dan één IC traject met identieke IC zorgactiviteiten wordt geïnterpreteerd als zorgactiviteiten die bepaald worden op basis van tarieftype 15.

Programmeerbare norm

Er is sprake van  “Meer dan één IC traject met identieke Add-on IC zorgactiviteiten (N0486)” als aan de volgende selectie is voldaan: 

1) Alle IC subtrajecten (ZT51 en ZT52)

Blauwepijl.png

2) Los te factureren zorgactiviteit uitgevoerd in controlejaar of Handreikingsjaar of zorgactiviteit gekoppeld aan een subtraject dat gesloten
wordt in controlejaar of Handreikingsjaar

Blauwepijl.png
3) Er is per patiëntnummer meer dan één zorgtype 51 of zorgtype 52 
geregistreerd op dezelfde dag

Logica: 1 en 2 en 3

Berekening financiële impact

Zie Berekening financiële impact - Waarde subtraject


ValueCareLogo2.png