Kindergeneeskunde - Openen subtraject op basis van zorgactiviteit in vervolgsubtraject 'Basiszorg pasgeborene/kind' (N4675)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

ValueCareLogo2.png

Referentienummer: N4675
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Diagnosebepaling - Openen behandeling
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer in een vervolgtraject van Kindergeneeskunde met de diagnose ‘Basiszorg pasgeborene/kind’ zorgactiviteiten anders dan zorgprofielklasse 1 zijn geregistreerd, of meer zorgactiviteiten dan verwacht uit zorgprofielklasse 1 zijn geregistreerd. Dit duidt erop dat er een nieuw zorgtraject geopend dient te worden of dat de zorgactiviteiten omgehangen dienen te worden.

Regelgeving / beleid
2019
Algemene registratiebepalingen

1. De registratie van het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt.

2. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

3. Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2019: NR/REG-1907a art. 4 lid 1 t/m 3

Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)
Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat.

2019: NR/REG-1907a art. 5 lid 1

De typeringslijst voor neonatologie wordt gehanteerd tot maximaal 28 dagen na de à terme datum (de uitgerekende datum) indien de pasgeborene een aandoening krijgt die te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. De typeringslijst voor kindergeneeskunde wordt gehanteerd vanaf 28 dagen na de à terme datum of op het moment dat de pasgeborene een aandoening krijgt die niet te maken heeft met de geboorte of perinatale periode.

2019: NR/REG-1907a art. 5 lid 4

2020
Algemene registratiebepalingen

1. De registratie van het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt.

2. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

3. Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbczorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2020: NR/REG-2001a art. 4 lid 1 t/m 3

Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)
Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2020: NR/REG-2001a art. 5 lid 1

De typeringslijst voor neonatologie wordt gehanteerd tot maximaal 28 dagen na de à terme datum (de uitgerekende datum) indien de pasgeborene een aandoening krijgt die te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. De typeringslijst voor kindergeneeskunde wordt gehanteerd vanaf 28 dagen na de à terme datum of op het moment dat de pasgeborene een aandoening krijgt die niet te maken heeft met de geboorte of perinatale periode.

2020: NR/REG-2001a art. 4 lid 4

2021
Algemene registratiebepalingen

1.Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

2. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

3. Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbczorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2021: NR/REG-2103a art. 4 lid 1 t/m 3

Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)
Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2021: NR/REG-2103a art. 5 lid 1

De typeringslijst voor neonatologie wordt gehanteerd tot maximaal 28 dagen na de à terme datum (de uitgerekende datum) indien de pasgeborene een aandoening krijgt die te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. De typeringslijst voor kindergeneeskunde wordt gehanteerd vanaf 28 dagen na de à terme datum of op het moment dat de pasgeborene een aandoening krijgt die niet te maken heeft met de geboorte of perinatale periode.

2021: NR/REG-2103a art. 4 lid 4

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om in te stellen hoeveel ZPK 1 zorgactiviteiten moeten leiden tot een signalering in stap 2B.
  2. Er wordt vanuit gegaan dat het parallelle subtraject of het nieuw te openen subtraject van het specialisme Kindergeneeskunde zal zijn. De verwachting is dat het niet tot zelden om een subtraject van een ander specialisme zal gaan. Hierop is ook onze impactbepaling ingesteld. Dit is getoetst bij het ziekenhuis die de controle heeft aangevraagd.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Kindergeneeskunde - Openen subtraject op basis van zorgactiviteit in vervolgsubtraject 'Basiszorg pasgeborene/kind' (N4675)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle vervolgsubtrajecten (ZT21) met diagnose 9902 (basiszorg pasgeborene/kind) en specialisme Kindergeneeskunde (AGB 16)

Blauwepijl.png
Blauwepijl.png
Blauwepijl.png

2a) Er is een verrichting uit een zorgprofielklasse anders dan ZPK1 vastgelegd (m.u.v. zorgactiviteit 089070 'Echografie onderste extremiteit(en)'

2b) Het betreft het eerste vervolgsubtraject (ZT21) EN er is meer dan één zorgactiviteit met zorgprofielklasse 1 vastgelegd

2c) Het betreft een tweede of later vervolgsubtraject (ZT21) EN het subtraject bevat één of meer verrichtingen uit zorgprofielklasse 1


Logica: 1 en (2a of 2b of 2c)

Te nemen actie

Er is een parallel subtraject aanwezig met uitvoerder Kindergeneeskunde
Hang de verrichtingen om naar het parallelle subtraject.

Er is geen parallel subtraject aanwezig met uitvoerder Kindergeneeskunde
Open een nieuw subtraject voor Kindergeneeskunde en koppel de gesignaleerde zorgactiviteiten aan het nieuwe subtraject.

Berekening financiële impact

Er is een parallel subtraject aanwezig voor Kindergeneeskunde
Het waardeverschil tussen de gesignaleerd DBC en de parallelle DBC wordt getoond als financiële impact. Hiervoor wordt het omhangen van de gesignaleerde zorgactiviteiten naar het parallelle subtraject gesimuleerd en worden beide subtrajecten opnieuw gegrouperd om zo het waardeverschil te berekenen.

Er is geen parallel subtraject aanwezig voor Kindergeneeskunde
Het waardeverschil tussen de gesignaleerde DBC en een nieuwe DBC wordt getoond als financiële impact. Om de waarde van de nieuwe DBC te berekenen wordt het openen van een subtraject van het uitvoerende specialisme van de gesignaleerde zorgactiviteit met de meest aannemelijke diagnose gesimuleerd. De meest aannemelijk diagnose wordt bepaald door te kijken welke diagnose het meest voorkomt bij een DBC met de gesignaleerde zorgactiviteit of zorgactiviteiten bij het betreffende specialisme. Diagnose 9902 wordt niet meegenomen als meest aannemelijke diagnose in de simulatie.

ValueCareLogo2.png