Kindergeneeskunde - Openen subtraject medebehandeling op basis van opname ander specialisme (N4665)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

ValueCareLogo2.png

Referentienummer: N4665
Behoort tot Normenkader ValueCare

Gecertificeerde controles

  1. Gecertificeerde controles - Volledigheid - Zorgactiviteit verwacht op basis van opnameregistratie (R06801)

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Diagnosebepaling - Openen behandeling
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer er sprake is van een opname van een patiënt < 2 jaar oud en een ander specialisme dan kindergeneeskunde, zonder dat er een subtraject medebehandeling Kindergeneeskunde aanwezig is. Dit duidt er op dat een subtraject medebehandeling geregistreerd mag worden voor specialisme Kindergeneeskunde.

Deze norm is bedoeld voor ziekenhuizen met het intern beleid om patiënten tot een bepaalde leeftijd die opgenomen zijn voor een ander specialisme altijd door kindergeneeskunde mee te laten behandelen.

Regelgeving / beleid
2017
Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat.

2017: NR/REG-1732 art. 5 lid 1

Medebehandeling (190017)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of ic-behandeldagen of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit kan per consult in het kader van medebehandeling worden vastgelegd.

2017: NR/REG-1732 art. 24 lid 45

2018
Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. Een subtraject met ZT11 bevat ten minste één fysiek face-to-face contact tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt. Voor klinische genetica geldt een uitzondering op deze regel: in plaats van een fysiek face-to-face contact kan hiervoor ook een screen-to-screen consult plaatsvinden. Ook voor hartteambespreking en longteambespreking geldt dat er geen face-to-face contact hoeft plaats te vinden, er is hierbij namelijk geen contact met de patiënt.

2018: NR/REG-1816 art. 5 lid 1

Medebehandeling (190017)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of ic-dagen of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit kan per consult in het kader van medebehandeling worden vastgelegd.

2018: NR/REG-1816 art. 24 lid 48

2019
Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. Een subtraject met ZT11 bevat ten minste één fysiek face-to-face contact tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt. Voor klinische genetica geldt een uitzondering op deze regel: in plaats van een fysiek face-to-face contact kan hiervoor ook een screen-to-screen consult plaatsvinden. Voor radiotherapie is geen face-to-face contact vereist indien sprake is van een parallel subtraject zoals omschreven in artikel 19 lid 13 onder b van deze regeling. Subtrajecten met ZT11 voor audiologie bevatten ten minste één fysiek face-to-face contact in de volgende gevallen:
  • Kinderen tot en met 18 jaar met een gehoorstoornis;
  • Patiënten waarbij beoordeeld moet worden of nader medisch onderzoek en/of medische behandeling noodzakelijk is;
  • Patiënten met meervoudige audiologische problematiek;
  • Patiënten met een evenwichtsstoornis.

Voor hartteambespreking en longteambespreking geldt dat er geen face-to-face contact hoeft plaats te vinden, er is hierbij namelijk geen contact met de patiënt.

2019: NR/REG-1907a art. 5 lid 1

Medebehandeling (190017)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of ic-dagen of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit wordt per consult in het kader van medebehandeling vastgelegd.

2019: NR/REG-1907a art. 24 lid 20

2020
Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2020: NR/REG-2001a art. 5 lid 1

Medebehandeling (190017)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen, klinische zorgdagen in de thuissituatie, ic-dagen of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit wordt per consult in het kader van medebehandeling vastgelegd.

2020: NR/REG-2001a art. 24 lid 20

2021
Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier

2021: NR/REG-2103a art. 5 lid 1

Medebehandeling (190017)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent, verpleegkundig specialist of physician assistan) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen, klinische zorgdagen in de thuissituatie, ic-dagen of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit wordt per face-to-face contact met de patiënt in het kader van medebehandeling vastgelegd.

2021: NR/REG-2103a art. 24 lid 20

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Deze norm werkt aanvullend op de N4666 'Kindergeneeskunde - Registratie voldoet aan de eisen van medebehandeling, zorgactiviteit niet vastgelegd'. De N4665 ondersteunt in beleid dat voor een bepaalde leeftijd een parallel traject kindergeneeskunde aanwezig moet zijn. De N4666 ondersteunt in beleid dat er bij dagelijks face-to-face contact met een kinderarts een zorgactiviteit medebehandeling geregistreerd kan worden. Het aantal medebehandelingen in een subtraject heeft effect op de afleiding naar bijvoorbeeld licht of middel ambulant.
  2. Voor deze norm dient getoetst te worden of deze overeen komt met het intern beleid van het ziekenhuis, voordat deze in gebruik genomen kan worden. Daarnaast dient altijd middels dossiercontrole vastgesteld te worden dat er daadwerkelijk medebehandeling door een kinderarts heeft plaatsgevonden. 
  3. Klinische opnames voor Gynaecologie worden ook niet meegenomen in deze norm, omdat bij patiënten jonger dan 2 jaar het hier (vaak) gaat om een gezonde zuigeling. 
  4. Per ziekenhuis kan het verschillend zijn tot welke leeftijd van een patiënt een kinderarts standaard in medebehandeling wordt geroepen bij een opname voor een ander specialisme. Daarom is het middels een ziekenhuisspecifieke parameter instelbaar tot welke leeftijd (in maanden) patiënten worden gesignaleerd. Default is deze ingesteld op 2 jaar (24 maanden). 
  5. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om acties uit te sluiten indien er wel een zorgactiviteit medebehandeling van kindergeneeskunde is geregistreerd, maar er geen regulier subtraject voor kindergeneeskunde is vastgelegd. Default worden deze acties wel getoond.
  6. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de subtrajecten uit stap 3 van de programmeerbare norm uit te breiden naar andere zorgtypen. Standaard worden alleen reguliere subtrajecten (zorgtype 11) gesignaleerd.
  7. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om acties uit te sluiten indien een parallel subtraject van kindergeneeskunde aanwezig is (ongeacht zorgtype of diagnose) bij de aanvang van de opname. Standaard worden parallelle subtrajecten van kindergeneeskunde geopend voor de klinische opname niet uitgesloten van signalering.
  8. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan ervoor gekozen worden om bij alle normen onder de R06801 te vertragen op de ontslagdatum. Default wordt er vertraagd op basis van de opnamedatum en staat de vertraging op 0 dagen. Het vertragen op ontslagdatum zorgt ervoor dat signaleringen waarbij de ontslagdatum niet gevuld is of onbekend is ook uitgesloten worden.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Kindergeneeskunde - Openen subtraject medebehandeling op basis van opname ander specialisme (N4665)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle klinische opnames bij specialisme anders dan Kindergeneeskunde (AGB 16) en Gynaecologie (AGB 7)

Blauwepijl.png

2) Patiënt heeft een leeftijd jonger dan 2 jaar ten tijde van de opname

Blauwepijl.png

3) Geen regulier subtraject Kindergeneeskunde (AGB 16) geregistreerd tijdens de opname


Logica: 1 en 2 en 3 en 4

Te nemen actie

Stel middels dossiercontrole vast of de kinderarts heeft mede behandeld. Registreer in dit geval in het subtraject en zorgactiviteit medebehandeling kindergeneeskunde.

Berekening financiële impact

Waarde van een nieuwe DBC met diagnose 8912 'Medebehandeling' van kindergeneeskunde met één zorgactiviteit 190017 'medebehandeling'. Indien de zorgactiviteit medebehandeling aanwezig is in de DBC van een ander specialisme dan kindergeneeskunde dan wordt de waarde verandering van het verwijderen van de medebehandeling uit die DBC meegenomen.

ValueCareLogo2.png