Deelwaarneming - Parallelliteit over specialismen heen - Incontinentie/Prolaps (N0621-HR2018)

Uit Normenkaderzorg.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

ValueCareLogo2.png

Referentienummer: N0621-HR2018
Link naar Handreiking MSZ

Handreiking Rechtmatigheidscontroles 2018 MSZ - Controlepunt 10

Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Handreiking

  1. Ziekenhuizen Handreiking 2018 - Onterecht een parallel zorgtraject openen over specialismen heen
Samenvatting

Wanneer bij de behandeling van een patiënt meerdere specialismen zijn betrokken, mag ieder specialisme alleen een zorgtraject openen als sprake is van een eigen zorgvraag, eigen diagnosestelling, én eigen behandeling. 

Regelgeving / beleid

De registratie van het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt hij/zij zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien niet beschikbaar, voor dat type van zorg.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor een juiste typering van een zorgtraject/subtraject bij de geleverde zorg. Voor de meeste beroepsbeoefenaren die de poortfunctie kunnen uitvoeren, zijn door de NZa-typeringslijsten vastgesteld. Indien deze typeringslijst niet volledig is, of indien er geen typeringslijst beschikbaar is voor een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, kan gebruik gemaakt worden van de typeringslijst van een ander specialisme voor dat type van zorg.

Wanneer er bij de behandeling van de patiënt in verband met verschillende zorgvragen meerdere specialismen zijn betrokken als hoofdbehandelaar, opent elk specialisme een eigen zorgtraject als sprake is van een eigen zorgvraag, diagnosestelling én behandeling.

Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar een eigen behandeling uitvoeren. In dat geval opent elk (poort)specialisme een eigen zorgtraject.

Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een poortspecialist als een SEH-arts KNMG, artsassistent, verpleegkundig specialist en/of physician assistant een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt er één zorgtraject geopend.

2018: NR/REG-1816, Artikel 1bb, 1cc, 4.1, 4.2, 4.3, 5.2, 5.3, 5b.1, 5b.2

Wijzigingen ten opzichte van voorgaand jaar

Er zijn geen wijzigingen ten opzichte van vorig Handreiking jaar.

Interpretaties

In de Handreiking staat de volgende tekst:

Optioneel: Indien het eerst geopende zorgtraject (bij het eerste specialisme) geen behandeling bevat (zorgactiviteit met ZPK 5 en/of 6) en de laatst uitgevoerde zorgactiviteit op of voor de openingsdatum van het daarna geopende zorgtraject (bij het tweede specialisme) ligt, dan wordt deze situatie beschouwd als een definitieve doorverwijzing en mag de betreffende parallelliteit worden uitgesloten van verder onderzoek. 

Voor de ziekenhuizen is een parameter beschikbaar:HR2018_CP10_UITSLUITEN_DOORVERWIJZING. Default staat deze op NEE. Wanneer deze op JA wordt gezet, worden bij definitieve doorverwijzingen acties uitgesloten (op de normen N0610, N0619, N0620 en N0621) wanneer er behandeling (zorgactiviteit met ZPK 5 en/of 6) heeft plaatsgevonden in het subtraject uit het laatst geopende zorgtraject.

Programmeerbare norm

Er is sprake van  “Deelwaarneming - Parallelliteit over specialismen heen - Incontinentie/Prolaps (N0621-HR2018)” als aan de volgende selectie is voldaan: 


1) Alle parallelle subtrajecten met ZT11 en ZT21 voor specialismen Gynaecologie/Obstetrie en Urologie

Blauwepijl.png

2) Tenminste één subtraject zit in scope controlejaar of handreikingsjaar

en

de parallelle subtrajecten zijn gesloten

Blauwepijl.png

3) De combinatie van diagnosen voor de genoemde specialismen komt voor op de risicolijst (Bijlage 7)

Blauwepijl.png

4)

Eén van beide subtrajecten voldoet niet aan de volgende voorwaarden:

Minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve zorgactiviteiten (conform registratieaddendum);

of

Minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 2 (dagverpleging) of 3 (verpleegdagen)

Logica: 1 en 2 en 3 en 4


Berekening financiële impact

Er wordt vanuit gegaan dat het laatst geopende subtraject onterecht is. Zie Berekening financiële impact - Verschil waarde subtrajecten na verwijderen subtraject en overhevelen zorgactiviteiten

ValueCareLogo2.png