ATLS-subtraject zonder een parallel subtraject (N4069)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

ValueCareLogo2.png

Referentienummer: N4069
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Diagnosebepaling - Openen behandeling
Samenvatting

Wanneer een patiënt met traumaletsel binnenkomt in het ziekenhuis wordt hier een traumascreening voor gedaan. Hiervoor wordt een apart ATLS-subtraject voor geopend door de chirurg (met diagnose 610 of 611) of orthopeed (diagnose 4110 of 4111). Vervolgens wordt de patiënt behandeld door het specialisme waarvoor een zorgvraag is. Wanneer er een consult aanwezig is voor een specifiek specialisme, dan zouden we daarvoor ook een parallel subtraject voor verwachten.

Regelgeving / beleid
2017
De diagnosen ‘ATLS-opvang trauma ISS <16’ en ‘ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16’ omvatten het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2017: NR/REG-1732 art. 5a lid 5

2018
De diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16' omvatten het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2018: NR/REG-1816 art. 5a lid 5

2019
De diagnosen ‘ATLS-opvang trauma ISS <16’ en ‘ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16’ omvatten het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS. Deze diagnosen mogen, mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan, parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2019: NR/REG-1907a art. 5a lid 5

2020
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2020: NR/REG-2001a art. 5 lid 4d

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Een subtraject voor ATLS heeft geen face-to-face contact nodig om goed af te leiden in de grouper. Als er wél een face-to-face contact aanwezig is in het ATLS-subtraject zouden we ook een subtraject verwachten voor het uitvoerende specialisme van het consult. Immers, bij een ATLS-subtraject is altijd sprake van een aparte zorgvraag naast het ATLS-subtraject. Deze signalen tonen we op N4068. Er komt een apart signaal voor elk uitvoerend specialisme van een face-to-face contact. Wanneer er géén face-to-face contact aanwezig is, tonen we de actie op norm N4069. Er is vaak iets meer uitzoekwerk nodig en de oplosser is vaak ook een andere persoon. Daarom bestaat hier een aparte norm voor.
  2. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de interval aan te passen waar naar een parallel subtraject wordt gezocht in stap 3 van de programmeerbare norm. Standaard staat dit op dezelfde dag.
  3. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om stap 2 van de programmeerbare norm, de check op afwezigheid van een consult, uit te zetten. Default is deze parameter ingesteld met JA en wordt er gekeken naar de afwezigheid van een consult, en worden de signaleringen inclusief consult op de N4068 getoond.
  4. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om het signaleren van parallelle subtrajecten te beperken naar bepaalde specialismen. Standaard is deze niet gevuld en wordt er naar alle specialismen gekeken.
  5. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de zorgtypen aan te passen van het parallele subtraject uit stap 3 van de programmeerbare norm. Standaard wordt naar zorgtype 11 gekeken.
  6. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de zorgtypen aan te passen van het ATLS-subtraject uit stap 1 van de programmeerbare norm. Standaard wordt naar zorgtype 11 en 21 gekeken.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “ATLS-subtraject zonder een parallel subtraject (N4069)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle ATLS-subtrajecten (Chirurgie diagnose 610 en 611, Orthopedie diagnose 4110 en 4111) vanaf ingestelde begindatum subtraject

Blauwepijl.png

2) Er is géén face-to-face contact (190015 of 190060) gekoppeld op de startdatum van het ATLS-subtraject

Blauwepijl.png

3) Er is géén parallel subtraject (zorgtype 11 of 21) met een startdatum gelijk aan het ATLS-subtraject


Logica: 1 en 2 en 3

Te nemen actie

Openen van een nieuwe reguliere DBC met consult

Berekening financiële impact

Waarde van een nieuwe DBC van CHI met diagnose 270 en een consult. Dit is de meest voorkomende parallelle DBC binnen het ValueCare netwerk.

ValueCareLogo2.png